"De fusie is hier afgeschoten voor zaken die bij Uni-Invest spelen
en niet bij de cultuur van VastNed passen", aldus een teleurgestelde
VastNed-bestuursvoorzitter Cor Streefkerk.
Want voor de VastNed-aandeelhouders was de juridische fusie, die
feitelijk een overname was, wel degelijk aantrekkelijk. VastNed
een zou een onroerendgoedportefeuille krijgen ter waarde van in
totaal 6,5 miljard waardoor het fonds op de vijfde plaats
van grootste in Europa zou belanden. Als VastNed op eigen kracht
die omvang had willen bereiken was het fonds zeker EUR200 miljoen
meer kwijt geweest, zo hield Streefkerk zijn aandeelhouders voor.
Maar de eigenaren van VastNed wonden er tijdens de vergadering
geen doekjes om. Zij konden weinig waardering opbrengen voor de
gang van zaken bij Uni-Invest. "Het lijkt er op dat de directie
van Uni-Invest misbruik heeft gemaakt van haar positie om er een
bepaalde deal uit te slepen. VastNed dreigt door het binnenhalen
van Uni-Invest bij een conflict betrokken te raken", aldus een aandeelhouder.
Een Uni-Invest-voorzitter die een pakket prioriteitsaandelen heeft,
eigenaar is van beschermingsconstructies beide ondergebracht in
aparte vennootschappen en daar EUR154 miljoen voor wilt hebben,
is de overwegend conservatieve institutionele beleggers van VastNed
te veel van het goede. Met een overweldigende meerderheid keurden
de stemgerechtigden de overname af, van de 3 miljoen stemmen waren
er 2,8 miljoen tegen.
Hoewel aandeelhouders Uni-Invest eerder op de dag de fusie wel
goedkeurden, was de overwinning voor de directie nipt. Na een meer
dan vier uur durende vergadering zorgden slechts 500 van de meer
dan 20 miljoen stemmen voor de doorslag. "Een Florida-scenario",
aldus Peter Paul de Vries, voorzitter van de Vereniging van Effectenbezitters
(VEB) met een verwijzing naar de presidentsverkiezingen in de VS.
De Vries voerde een ware kruistocht om achter de berekening
van de EUR154 miljoen te komen die Homburg zou krijgen voor de beschermingsconstructies.
De scherpe vragen en kanttekeningen die hij plaatste werd veelvuldig
met applaus beloond, maar een antwoord kreeg hij niet. Volgens J.
Lamsma, voorzitter van de raad van commissarissen, ging het om 'een
unieke structuur' waarvan de waarde moeilijk te bepalen was. "Maar",
zo verzekerde Lamsma, "Diverse onafhankelijke instanties hebben
ernaar gekeken en vonden dit bedrag redelijk". Wie die instanties
waren, wilde de voorzitter echter niet prijsgeven.
De Vries had eerder deze week tevergeefs geprobeerd de via de Ondernemingskamer
te voorkomen dat er gisteren een besluit zou worden genomen, omdat
hij het fusievoorstel misleidend vond en sprak van onbehoorlijk
bestuur. Deze gang naar de rechter werd gisteren door Homburg bestempeld
als "een rattenstreek".
"Homburg heeft in feite het fusieproces gegijzeld", zo verwoordde
Pieter van den Berg, directie-adviseur van pensioenfonds PGGM de
situatie. PGGM was voorstander van de fusie, maar tegen de hoogte
van de afkoopsom. "Een verantwoording van dat bedrag was op zijn
zachts gezegd op zijn plaats geweest. Maar Uni-Invest refereert
aan rapporten die we niet te zien krijgen. Het blijft allemaal heel
schimmig", aldus Van den Berg.
Tijdens de aandeelhoudersvergadering van VastNed kwam onverwachts
toch duidelijkheid. Streefkerk stelde dat het grote voordeel van
de overname zat in het feit dat de onroerendgoedportefeuille van
Uni-Invest gemiddeld 10% ondergewaardeerd wordt. Uni-Invest schat
de waarde van de portefeuille op EUR1,5 miljard, en had tijdens
de vergadering uiteengezet dat de waarde na taxatie ongeveer 3%
of EUR55 miljoen hoger uit zou vallen.
Volgens Streefkerk is dat puur correctie voor inflatie en ligt
de waarde zeker 10% tot 20% hoger. Het waardeverschil van EUR150
miljoen is door Uni-Invest gebruikt om Homburg af te kopen zonder
dat het afbreuk zou doen aan de winst per aandeel. VastNed wilde
Uni-Invest alleen maar overnemen als de beschermingsconstructies
waren opgeheven, maar had een uiterste prijs geboden. Streefkerk
gaf toe dat als de afkoopsom voor Homburg lager was uitgevallen,
de aandeelhouders van Uni-Invest dus een betere ruilverhouding voor
hun aandelen zouden hebben gekregen.