Schotse 'Clockwork Orange' van de jaren negentig

'Trainspotting' overdonderend

De opzwepende muziek van Iggy Pop's 'Lust for Life'zet de toon voor 'Trainspotting', een hallucinerend verslag van het leven van jonge drugsverslaafden in Glasgow. Het is alsof regisseur Danny Boyle een cocktail van speed, lsd en heroïne diep in de aderen van zijn film heeft gespoten, zo overdadig kolkt de energie uit de poriën van de beelden. Niets vervangt de explosie van een shot voor Iwan McGregor en zijn vrienden.

Ze lachen om de idealen van hun omgeving. Waarom zou je een reden zoeken om te leven, als je heroïne hebt? In een niet aflatend tempo zet Danny Boyle ons hun kleurrijke wederwaardigheden voor, zonder te moraliseren. Zijn hoofdpersonen functioneren op drugs, is de conclusie; niet meer en niet minder. En als die kunstmatige oppepper de verbeeldingskracht van de film oplevert, zou je er bijna zelf ook van snoepen.

Met hun nihilistische benadering van het leven en hun criminele activiteiten lijken de Schotse kameraden erfgenamen van het Engelse a-morele clubje in 'Clockwork Orange'. Maar waar Malcolm McDowell indertijd onverbeterlijk was, probeert McGregor uiteindelijk voor een ander leven te kiezen. De roes van drugs biedt een tijdelijk hoogtepunt, maar geen conclusie, concludeert hij na de dood van de baby van een verslaafde vriendin.

Als het moeizame proces van zijn afkicken begint, raakt ook de veer van Boyle's relaas minder strak gespannen. Alsof met de drugs ook de opwinding is uitgebannen. Je zou bijna wensen dat McGregor en zijn vrienden (onder wie de agressieve psychopaat Begbie, onvergetelijk gespeeld door Robert Carlyle) de spuit weer ter hand namen. Met een overdonderende combinatie van rauw realisme, bonte verbeeldingskracht, zwarte humor en pakkende muziek in 'Trainspotting' de opvallendste film van dit jaar.

E.K.

Foto: De bizarre Robert Carlyle in 'Trainspotting'

Première 5 september 1996