Mooie Brando-imitaties in 'Dr. Moreau's eiland'

Twee geslaagde imitaties van Marlon Brando worden er gepresenteerd in 'The Island of dr. Moreau'. De beste is die van Marlon Brando zelf. Mag ook wel, want hij heeft tenslotte de meeste ervaring. De teruggetrokken levende acteerlegende had kennelijk wat geld nodig om een kapotte steiger op zijn eigen eiland te laten repareren. Hij bekeek het videobandje met zijn optreden als krankzinnige kolonel in 'Apocalypse Now' nog eens, haalde een vals gebitje uit zijn voorraad fopartikelen en scheepte zich in om op een tropisch eiland een obsessieve, opgeblazen wetenschapper gestalte te geven.

Hij kreeg daar gezelschap van bewonderaar Val Kilmer, die zich in Hollywood graag net zo rebels presenteert als Brando in de jaren vijftig en daarom een tweede 'commercieel' optreden als Batman afzegde. Zijn rol in 'The Island of dr. Moreau' heeft niets om het lijf, maar hij krijgt de gelegenheid om (heel verdienstelijk) Brando na te apen, als deze door aap-mensen is verscheurd. Dat lot wacht ook Kilmer, nadat hij zich heeft mogen uitleven in kleurrijke krankzinnigheid. Naar goed voorbeeld weer van Brando, ditmaal bepoederd, gehuld in tule en getooid met een ijshoed.

Hun lot is de straf voor een poging om voor God te spelen. Zeventien jaar eerder had Nobelprijswinnaar dr. Moreau zich op zijn eiland teruggetrokken om daar in alle stilte verder te experimenteren met genen. Hij kruist menselijk DNA met dat van dieren, op zoek naar een betere mens. Dat levert een nogal buitenissige bevolking op, ontdekt schipbreukeling David Thewliss.

De idealen van Moreau blijken vervolgens veel te hoog gegrepen. Hij streefde naar een geweldloze samenleving, maar kon zijn wetten alleen maar handhaven door zijn creaties via implantaten met pijnscheuten te bestraffen. Als die elektronische ordedienst uitvalt, blijkt het laagje beschaving heel dun. Een opstand leidt tot totale destructie. Zoiets gaat nooit ordelijk, maar dat is niet de enige reden dat 'The Island of dr. Moreau' steeds chaotischer wordt. Zulke gaten vallen er in de vertelling, dat het lijkt of de schaar bij de montage regelmatig is uitgeschoten. Auteur H.G. Wells zaliger had zich een betere zaakwaarnemer gewenst dan de uitgebluste regisseur John Frankenheimer.

E.K.

Première 30 januari 1997