Robert de Niro slijpt
in 'The Fan' de messen weer

De maan wordt vol en Robert de Niro krijgt prompt weer de kolder in zijn kop. In 'Cape Fear' ging het al eerder helemaal mis en ook in 'The fan' slijpt hij met een vreemde grijns weer de messen. Letterlijk ditmaal. Als vertegenwoordiger van de fabriek die zijn vader ooit stichtte leurt hij met zakmessen, stiletto's, kapmessen en andere scherp geslepen lemmeten van roestvrij staal. Erg succesvol is hij niet en ook als gezinshoofd is hij geen lichtend voorbeeld. Alleen in het honkbalstadion voelt hij zich op zijn plaats.

Dat is dan ook steevast de plek waar de fanatieke fan van de New York Yankees zijn zoontje mee naar toe neemt, als hij het knaapje weer eens een zaterdag bij zijn ex mag ophalen. Maar terwijl de nieuwe ster Wesley Snipes (rechts) zijn eerste homerun slaat, moet De Niro zijn jonge metgezel een uurtje alleen laten omdat hij op het laatste moment en belangrijke klant moet bezoeken. Zwetend komt hij te laat en als hij moedeloos terugkeert naar het stadion is zijn zoontje verdwenen. Het eenzame ventje zit weer thuis en moeder laat door haar advocaat prompt een straatverbod regelen.

Als de arme De Niro vervolgens ook nog eens wordt ontslagen bijt hij zich helemaal vast in zijn favoriete vereniging en zijn idool Wesley Snipes. Die verkeert óók niet in zijn beste doen. Zijn geluksnummer elf is ingenomen door een collega en dat heeft zijn zelfvertrouwen dusdanig ondermijnd dat hij geen vlieg meer raakt. De Niro weet raad. Met een van zijn messen benadert de bevlogen fan Wesley's concurrent en weet 'm te overreden dat hij nooit meer nummer elf zal dragen.

Na de dood van zijn rivaal leeft Snipes op en wordt weer de populaire homerunkoning van voorheen. Maar dankbaar? Vergeet het maar. 't Is maar een spelletje, zegt de honkbalmiljonair tegen De Niro. Een spelletje? Een spelletje? Die luchtige uitspraak breekt het laatste draadje in zijn overspannen brein. De malende sportliefhebber ontvoert Snipes' zoontje en de film stevent af op een finale vol grand guignol.

'The fan' is dan inmiddels al lang door de scheidsrechter 'uit' gegeven. Jammer, want van regisseur Tony Scott, laatstelijk nog imponerend in de duikboot van 'Crimson Tide', was minstens een twee honkslag verwacht. Zijn eerste schermutselingen in het slagperk van 'The fan' beloofden nog veel. Het milieu van eeuwige verliezer De Niro wordt treffend in beeld gebracht en ook de sfeer rond het honkbalstadium is plezierig realistisch.

Tot het moment dat De Niro met zijn messen gaat zwaaien. In hun idolatie kunnen fans ver gaan (zoals Mark Chapman John Lennon dodelijk duidelijk maakte), maar hoe zorgvuldig De Niro's geestelijke teloorgang ook gestalte wordt gegeven, zijn plotselinge moordlust overtuigt geen moment.

E.K.

Première 7 november 1996