Het kan vreemd gaan in 'The Daytrippers'
Ergens onder een kast, bij het stofzuigen vindt ze dat ene briefje met verdachte
aanhef. Dat lijkt wel een liefdesepistel aan haar echtgenoot! En dit is
niet haar handschrift. Sterker nog, dit soort teksten zou zij nooit neerpennen.
Wie schrijft toch deze poëtische en uitermate amoureuze ontboezemingen aan
haar man? Zenuwachtig gaat ze met het vodje papier want meer is het niet
naar haar familie, die ogenblikkelijk actie onderneemt. Met haar zus, aanstaande
zwager, vader en moeder gaat ze op jacht naar haar levensgezel en diens
nieuwe liefde.
Zie daar het komische uitgangspunt van de film 'The Daytrippers' van de
jonge Amerikaan Greg Mottola. Geholpen en gefinancierd door zijn oudere
collega Steven Soderbergh ('Sex, Lies & Videotape') maakte hij van deze
lowbudget film een aanstekelijke farce, geheel in de traditie van de grote
Holllywood-cinema van Billy Wilder en Woody Allen. Net als zijn grote voorbeelden
plaatst Mottola herkenbare mensen in een absurde situatie, zodat ze zich
heel vreemd gaan gedragen. Met die aanpak dien je de geloofwaardigheid van
je verhaal, hoe gek je het ook maakt.
Want knettergek is de reis wel die dit gezin onderneemt en dat vindt vooral
zijn oorzaak in de haast hysterische mamma van het bedrogen vrouwtje. Die
wil haar schoonzoon het liefste lynchen. Ze is so wie so veel meer gesteld
op dat andere aanstaande stuk aangetrouwd, een mislukte schrijver die de
hele film door aan schoonmama zijn roman aan het reciteren is.
Hoe jong regisseur Mottola ook is, hij zit zijn eigen film niet in de weg.
Hij gebruikt de camera om met gepaste afstand zijn acteurs het werk te laten
doen, zonder dat hij overduidelijk zijn eigen talent wil exhibitioneren.
Hij hanteert rust als een stijlmiddel en brengt elke rol in het verhaal
tot leven. Een aangename film derhalve. En een wijze les voor een ieder
die van plan is tijdelijk uit het echtelijke bed te rollen.
Première 17 april 1997
|