Hollywood nog altijd bang voor homo's

Rob Epstein en Jeffrey Friedman
maakten 'The Celluloid Closet'

Hollywood heeft het niet zo op homo's. Elke vingerwijzing naar anders geaard gedrag werd onmiddellijk uit films weggeknipt. Maar schrijvers, acteurs en regisseurs ontwikkelden methodes om het tussen de zinnen door over homoseksualiteit te hebben. De speciale gedragscodecomissie van ex-posterijen-directeur Will Hayes was te dom om al die subtiliteiten te ontdekken die voor een deel van het publiek zo helder als glas waren. De Amerikaanse regisseurs Rob Epstein en Jeffrey Friedman maakten daarover een documentaire, getiteld 'The Celluloid Closet' en waren even in Nederland om hun film hier aan te prijzen.

"Er is nog steeds geen acteur in de Amerikaanse filmindustrie die er openlijk voor uitkomt dat hij gay is", zegt Epstein als we hem vragen naar het doel van zijn film. "Goed, de personages mogen de laatste jaren wat vaker homo of lesbo zijn, maar ook dat wordt hun gedrag of tot rariteit verheven of met criminaliteit verbonden. Kijk maar naar 'The Birdcage' of naar 'Basic Instinct'. En natuurlijk mag homoseksualiteit wel getoond worden als diepe menselijke tragiek vanwege de ziekte aids. Maar 'gewoon' is het nog altijd niet."

In hun film hebben ze mooie voorbeelden hoe Hollywood door de jaren heen met homo-erotiek is omgesprongen. Zo vertelt Gore Vidal een prachtige anekdote over 'Ben Hur' met Charlton Heston in de titelrol en Stephen Boyd als zijn voormalige compaan maar nu grote rivaal Masala. Hij houdt vol dat regisseur William Wyler en hijzelf Boyd instrueerde om zijn rol te spelen vanuit een homoseksueel verlangen naar Ben Hur. Dat maakte de relatie tussen de twee, die elkaar min of meer afslachten in een bloederige paardenrace, uitermate spannend.

"Dat hele interview met Gore Vidal is Heston volkomen in het verkeerde keelgat geschoten", lacht Friedman. "Maar het zijn intussen de enige twee overlevenden van die film, dus het is Vidals versie tegenover die van de Amerikaanse ster. Heston voelde zich zwaar beledigd over de interpretatie die de schrijver aan zijn spel gaf. Het toont opnieuw aan hoe diepgeworteld de angst is van onze maatschappij tegenover mensen die 'anders' zijn."

Goed boek

'The Celluloid Closet' is gebaseerd op een boek van hun goede vriend Vito Russo die in 1991 stierf aan aids. "Je zou het een eerbetoon kunnen noemen aan hem. Hij heeft al die kilometers film moeten bekijken om te analyseren wat de invloed was van die brave Amerikaanse moraal op onze filmkunst. Maar hij was daarbij ook strijdbaar. Het ging hem om de emancipatie en de acceptatie van homo's. Wie zijn boek leest wordt woedend over de belachelijke fobie die de grote filmtycoons hebben ontwikkeld tegenover homoseksuelen."

Ook Friedman en Epstein moesten al die filmstroken opnieuw bekijken. "Maar dat was alleen maar genieten. Door Russo's boek gingen we met volstrekt andere ogen kijken naar de films die voor ons in eerste instantie gewone simpele verhaaltjes leken. Een cowboyfilm met Montgomery Clift waarin die zijn pistool aan zijn maatje geeft, als die ook even het wapen van zijn vriend mag voelen, krijgt dan een geheel andere strekking. Of het jack dat Sal Mineo van James Dean omgeslagen krijgt in 'Rebel Without A Cause', dat is dan bijna het toppunt van herenliefde."

Het viel het duo tegen dat ze zo weinig medewerking kregen van de Amerikaanse sterren. Toch worden er paar geïnterviewd in de film, zoals Shirley MacLaine, Tom Hanks en Susan Sarandon. Niet toevallig ook de meest liberale geesten in de industrie. Zonder schroom vertelt Susan Sarandon over haar liefdesscène met Catherine Deneuve in 'The Hunger'. Dat de regisseur heel lang op haar inpraatte dat ze geen schroom moest hebben en dat elke terughoudendheid zich zou tonen in de film. "Terwijl je in bed mag kruipen met niemand minder dan Deneuve! Hoezo, terughoudenheid!"

'The Celluloid Closet' is een lichtvoetige film die zich niet uitsluitend richt op een homoseksueel publiek en ook meer vertelt over hoe verhalen in films verteld kunnen worden zonder dat het er boterdik opligt, dan dat het een pamflet is voor verandering. "Ook helemaal onze bedoeling niet", zegt Epstein. "We realiseren ons heel goed dat de onderdrukking ook artistiek iets heeft opgeleverd. Films waarin alles maar met naam en toenaam wordt gezegd, zijn meestal niet spannend. Juist het feit dat homoseksuele schrijvers zich hebben ontwikkeld in de marge waarin niet zoveel mogelijk was, zorgde voor een speciale kwaliteit in wat er werd vertoond. Het was prachtig om te ontdekken hoe je kunt spreken zonder te zeggen."

Première 13 juni 1996