|
Joan Allen krijgt Oscarnominatie voor portrettering Pat Nixon
De eenzaamheid van een presidentsvrouw
door Eric Koch
Ze was als First Lady de belangrijkste vrouw van Amerika, maar Pat Nixon
bleef het liefst buiten beeld. Net zo bescheiden èn belangrijk is de rol
die Joan Allen als presidentsvrouw speelt in Oliver Stone's majestueuze
filmbiografie 'Nixon'. Met haar even terughoudende als indringende portrettering
van de echtgenote van de roemruchte Richard Nixon verwierf Joan Allen een
Oscarnominatie.
Eens te meer een knappe prestatie, omdat Allen weinig had om op terug te
vallen. "Niemand kende de echte Richard Nixon en dat gold eigenlijk ook
voor zijn vrouw", vertelt de Amerikaanse actrice op het festival van Berlijn.
"Alleen haar directe familie had me het een en ander over haar karakter
kunnen vertellen, maar die wilde niet aan de film meewerken. Ik moest het
dus doen met biografieën over haar leven en met het enige televisie-interview
dat ze heeft gegeven. En dat duurde precies tien minuten.
Aan de hand daarvan heb ik wel haar manier van praten kunnen bestuderen
en haar lichaamstaal. Ik heb ook goed naar Richard Nixon gekeken, want zijn
manier van doen maakte ook iets over háár duidelijk. Verder hebben haar
kleren hebben me geholpen om haar aan te voelen, haar ondergoed en haar
schoenen. Heel strak en stijf allemaal, precies zoals ze ook als persoon
in het openbaar overkwam.
Toch moet ze een warme vrouw zijn geweest, begreep ik van een kennis van
de familie. Ze zocht de publiciteit niet, zoals Lady Bird Johnson, die Amerika
opriep om de boel schoon te houden. Maar ze bezocht ziekenhuizen om kinderen
op te beuren. Iemand met een hart dus, maar in de schaduw van Nixon bevroor
ze. Haar leven was eenzaam en triest.
Ze was gewend om zich op te offeren. Als jonge vrouw zorgde ze voor haar
broertjes en zusje toen haar ouders overleden en later was ze voor Nixon
degene die alles achter hem opraapte. Van een normaal familieleven kwam
het nooit. Nixon was altijd aan het werk en dan werd zij aan haar lot overgelaten.
In een biografie van haar dochter Julie staat een heel navrant tafereeltje
beschreven. Tijdens een party in Witte Huis had workaholic Nixon zich in
zijn studeerkamer teruggetrokken en Pat wilde alleen niet blijven hangen.
Terwijl de muziek beneden vrolijke klanken voortbracht zag Julie haar moeder
op de overloop stilletjes in haar eentje dansen."
Toch had de kleurloosheid van Pat Nixon ook een voordeel, meldt Joan Allen.
"Dat niemand precies wist wat ze voor vrouw was, gaf mij meer vrijheid dan
als ik bijvoorbeeld Jackie Kennedy had moeten spelen. De enige scène die
ik moeilijk vond, was toen ik haar aangeschoten moest spelen. Zoiets had
ik nog niet eerder uitgebeeld. Ik heb stiekem nog even overwogen om flink
wat wijn te nuttigen, maar dat vond ik uiteindelijk toch bedrog. Anthony
Hopkins, een fantastisch acteur en een goed mens, heeft me ook daarbij weer
geholpen: dronken mensen willen nooit laten blijken dat ze dronken zijn,
zei hij."
Regisseur Oliver Stone bleek bepaald niet de boeman, zoals hij door sommige
van zijn vroegere medewerkers was afgeschilderd, vertelt Joan Allen, die
op het toneel inmiddels al elke mogelijke onderscheiding in de wacht sleepte.
"Hij is een bezeten figuur, zeker. Iemand met een ongelooflijke energie.
Ik heb het idee dat hij tijdens het maken van zijn films nooit slaapt. Hij
is veeleisend, maar geeft zijn acteurs ook heel veel aandacht en warmte.
Niet al zijn films spreken me evenveel aan, maar interessant zijn ze altijd.
Toen ik het scenario las, zag ik in mijn rol niet zozeer een mogelijkheid
om een Oscar te verdienen. Ik hoopte dat ik niet te melodramatisch zou zijn
en uit die nominatie blijkt dat ik daar in elk geval in geslaagd ben. Wat
me bij het lezen van Stone's verhaal in elk geval wel meteen duidelijk werd,
was dat de film controversieel zou zijn. En dat vond ik prima, want er is
in Amerika veel te weinig discussie."
Publicatie 13 maart 1996 |