'Mediterraneo', daar
komen de schutters

Erg heldhaftig is de rol van de Italianen in de Twede Wereldoorlog niet geweest. Halverwege mochten ze van de Geallieerden overspringen van de foute naar de goede kant en dus waren na '45 alleen de Duitsers schuldig. Net zo imponerend als de krijgsdaden van opera-duce Mussolini is het optreden van een Italiaanse gevechtseenheid in het innemende 'Mediterraneo'.

Stuk voor stuk zijn ze bij eerdere gevechten uit de boot gevallen, de mannen die als waarnemingspost op een onbenullig Grieks eilandje moeten gaan fungeren. De een is bang voor water, de ander probeert voortdurend te deserteren omdat-ie zijn vrouw niet kan missen en de volgende gaat nergens heen zonder zijn ezel. Geen figuren om de oorlog mee te winnen dus. Maar iedere man moet zijn militaire steentje bijdragen en dus worden ze met zendapparatuur ergens in de Egeïsche Zee gedropt.

De bevolking blijkt er uiterst vriendelijk, het is er goed van eten en drinken en ook de romantiek laat weinig te wensen over. Als vervolgens de zender het begeeft, besluit het tiental gewoon maar op het einde van de oorlog te wachten.

Die benadering kenmerkt ook de film (bekroond met een Oscar) van Gabriele Salvatores. Zijn anekdotische verhaal kabbelt vriendelijk voort. Er zou ook een tv-serie van gemaakt kunnen worden, als een Italiaanse versie van de avonturen van Britse kapitein Mainwaring en zijn al even onhandige manschappen in 'Daar komen de schutters'. De belevenissen van de Italianen leveren voldoende aardige momenten op, maar missen uiteindelijk de scherpte om werkelijk indruk na te laten.

E.K.

  • Italiaanse soldaten beleven de Tweede Wereldoorlog als een vakantie in 'Mediterraneo'.

Première 17 augustus 1995