|
Weinig spanning in 'Killing Zoe'
Het is wellicht aan het succes van Quentin Tarantino's 'Pulp Fiction' te
danken dat 'Killing Zoe' in de bioscopen te zien is. Immers, de ongeschaafde
regisseur treedt op als uitvoerend producent van dit product dat bedacht
is door zijn co-scenarioschrijver Roger Avary.

Het verhaal is simpel. Een jongeman, genaamd Zed en gespeeld door Eric Stolz,
komt aan in Parijs en krijgt door een iets te overijverige taxi-chauffeur
meteen een hoertje aan zijn hoteldeur. Zoe heet ze en ze is de vleesgeworden
mannendroom, lief ondeugend, pril, grappig en nog wat van die eigenschappen. Julie Delphy kan haar moeiteloos vertolken.
Ze beleven een leuke nacht en tussen hen ontstaat er zelfs enige romantiek,
als plotseling Eric (Jean-Hugues Anglade) op de proppen komt en het meisje
ruwhartig de hotelkamer uitslingert. Want Zed is hier niet voor zijn plezier.
Zed moet een brandkast openmaken bij de overval die ze voor de volgende
dag hebben gepland. Maar voor het zover is, moet er eerst ontzettend veel
gesnoven, gerookt en gedronken worden.
Je hoeft geen Shakespeare te zijn om al aan te voelen komen dat de roofoverval
daardoor geheel en al uit de hand zal lopen en ongetwijfeld heeft u ook
al bedacht dat Zoe zich vanzelfsprekend op dit kantoor bevindt en tot een
van de mogelijke slachtoffers behoort. Spanning stijgt ten top.
Nee, dit laatste is nu juist het probleem aan de film. De scènes zijn veel
te lang uitgesponnen. In feite bestaat het hele script uit maar vijf veel
te logge bedrijven waarin nauwelijks enige actie zit. Wel wordt er veel
gezegd. Tenminste: er komen woorden uit de personages die zelfs ook enige
grammaticale samenhang hebben. Veel van de atmosfeer en ook de onmiskenbare
profaanse aanpak van Tarantino zijn terug te vinden in deze misdaadfilm.
Maar de kwaliteit van de 'meester' ontbreekt helaas op vele punten. Een
gemiste kans, derhalve...
Dick van den Heuvel
Première 11 mei 1995
|