|
'Jeffrey' kreeg een happy end
Vrije sex is een probleem als je ook vrij van aids wil blijven. Jeffrey
is een nicht in New York die er altijd flink op los gejengeld heeft, maar
nu toch op zijn schreden terug moet keren. Hij besluit een monnikenleven
te gaan leiden ... tenminste: hij doet een poging tot celibatair bestaan.
En om de overbodige energie toch wat af te romen, neemt hij een abonnement
op een leuke sportschool. Daar wordt hij echter meteen verliefd op Steve,
een gezonde spierbundel die hem meteen wil kussen. Hoewel gezond? Steve
heeft aids en dat maakt het voor Jeffrey allemaal vreselijk ingewikkeld.
Blijkbaar is 'Jeffrey' een verfilmd toneelstuk en aan de vorm kun je dat
nog wel een beetje zien. Regelmatig richt de hoofdpersoon zich tot het publiek
met zijn overwegingen en twijfels, terwijl de scène om hem heen gewoon doorgaat.
Door dat te handhaven, heeft de film een zekere speelse vorm gekregen die
we hebben leren waarderen door het oeuvre van Woody Allen. Ook in 'Jeffrey'
wordt er gespeeld met door elkaar heen lopende werkelijkheden en illusies.
Af en toe heeft de film zelfs iets van een suikerzoete musical, inclusief
de vet aangezette droombeelden die je daar nog wel eens in tegenkomt.
Het hoofdpersonage gaat ons echter na anderhalf uur twijfel wel erg tegenstaan.
Hij wil niks met Steve en toch eigenlijk weer wel, zoekt hem af en toe op
en wijst hem dan weer af ... horendol word je van zo'n typje. Moralistisch
onjuist lijkt het me dat Jeffrey en Steve op het einde TOCH wat met elkaar
krijgen, als ze eenmaal goeie afspraken hebben gemaakt over veilig vrijen
en dergelijke. Dat geeft een soort romantisch beeld dat totaal niet past
bij het asgrauwe lot dat aids-patiënten is beschoren. Deze film had geen
gelukkig einde mogen hebben, dat is een belediging van iedereen die deze
ziekte heeft. Maar goed, het is een Amerikaans product en aan de andere
kant van de oceaan willen ze graag in sprookjes blijven geloven...
DvdH
Première 15 mei 1996 |