Op pad in een reuzenperzik in

'James and the Giant Peach'

Met zijn vader en moeder leefde de kleine James gelukkig op een eilandje in de Zuidzee. Totdat een rinoceros vanuit het niets opdook en zijn ouders oppeuzelde. De arme wees wordt ondergebracht bij twee monsterlijke tantes en moet de hele dag hard werken voor een korst brood en een slok water. Gelukkig duikt er een geheimzinnige vreemdeling op, die hem een paar toverwormpjes geeft.

Daaruit groeit een reuzenperzik. In die uitgedijde vrucht komt James een aantal vriendelijke insecten tegen en samen met hen onderneemt het dappere knaapje een lange reis naar New York, het magische oord op een reisprospectus van zijn ouders. De perzik fungeert als boot en later, met meeuwen in de rol van motoren, als vliegtuig.

Op aangeven van geestelijk vader Roald Dahl stuurt regisseur Henry Selick mechanische haaien en andere gevaarlijke wezens op het buitenissige reisgezelschap af, maar zo aardig als in het soortgelijke poppen-avontuur 'Tim Burton's nightmare on christmas' wil het maar niet worden. Regisseur Selick brengt het boek van Dahl plichtsgetrouw in beeld, zonder diens verbeeldingskracht te kunnen treffen. De belevenissen van de personages, hoe kunstig ook geanimeerd, blijven even vlak als de snel vergeten liedjes van Randy Newman.

E.K.

Première 10 oktober 1996