| 'Cold Fever' is een
ijskoude 'road-movie' Een reis
levert altijd een mooi filmverhaal op. Er zit immers beweging in en een
einddoel, zodat zowel de actie als de broodnodige dramatiek is
verzorgd. 'Cold Fever' van Fridrik Thor Fridriksson neemt ons mee van
Reykjavik naar de diepe binnenlanden van IJsland, waar sneeuw en kou de
moraal van de hoofdpersonen teistert en dicteert. Het
is het verhaal van Atsushi Hirata, een jonge Japanner die een
bloedhekel heeft aan kou. Door zijn grootvader wordt hij gedwongen naar
IJsland te gaan om daar de laatste eer te bewijzen aan zijn aldaar
omgekomen ouders. Een ritueel dat de zoon MOET volbrengen om zijn
ouders ook spirituele rust te gunnen. Hirata was liever even naar het
warme Hawaii gevlogen, maar dat zit er dit jaar niet in. Vreemde
jongens die IJslanders, denkt Hirata de hele film lang. Zijn
taxichauffeur onderbreekt de tocht omdat hij 'even iets moet doen'.
Hirata gaat kijken wat dat 'iets' dan wel is en ziet dan dat de dikke
man meespeelt in een kerstspel. De Japanner komt rare juffrouwen tegen
die hem vanwege vermeend spiritueel contact koste wat kost hun auto
willen verkopen, daarna vreemde geesten die het wrak weer aan de praat
schreeuwen, dronkaards die hem over onbegaanbare bruggen loodsen en
vanzelf de nodige verhalenvertellers die hem inwijden in de IJslandse
mythen. Een vreemde 'road-movie' is het geworden, met rare
wrijvingen tussen de verschillende culturen en een fantasierijk
scenario, dat het meer moet hebben van de aardige kwinkslagen dan van
de totale dramatiek. Dick van den Heuvel Foto:
Atsushi Hirata: een Japanner op IJsland veroorzaakt 'Cold
Fever' Premiere 29 augustus 1996 |