Hettie MacDonald maakte beeldschone film
over jonge homoseksuelen

'Beautiful Thing'

Om het thuis te vertellen, nog altijd is dat het grootste probleem voor jonge homoseksuelen. Toch altijd die twijfel of je ouders wel tegen de schok bestand zijn. Of ze het je zullen verwijten dat er geen natuurlijk nageslacht zal zijn, dat het vooropgestelde plan hoe de toekomst er uit zal zien wordt doorbroken. Regisseuse Hettie MacDonald maakte de film 'Beautiful Thing' die dat onderwerp tot thema heeft, in een lichtvoetige volkse komedie met een 'feelgood'-einde.

Ze maakte deze debuutfilm naar een toneelstuk van Jonathan Harvey, dat ze drie keer eerder regisseerde in Londen. "Het was geweigerd door vrijwel alle theaters", zegt ze als ze even een dagje in Amsterdam is om over een en ander te praten. "Tot 'The Bush' er op sprong en mij benaderde om het te ensceneren. Het was meteen een hit. In eerste instantie alleen voor een gay-publiek. Pas later werd de toeschouwersmarkt wat breder."

Ook haar verraste bij het lezen van Harvey's stuk de luchthartigheid waarmee hij het onderwerp benaderde. "Meestal worden zulke films uitermate looiig en zit er altijd wel een of andere zelfmoord in. Wat ik knap vond aan zijn aanpak was dat hij probleem niet relativeerde, maar er ook niet vreselijk zwartgallig mee omsprong. De moeder van Jamie zegt niet meteen: 'Jongen, prima dat je homo bent... ik had mij niks beters kunnen wensen.' Zij moet ook drie keer slikken, maar uiteindelijk overwint haar gevoel van liefde."

'Beautiful Thing' is een echte 'working-class-movie', zoals MacDonald dat noemt. De opnames vonden plaats in de buitenwijk Thameshead in het zuiden van Londen, een echte arbeidersbuurt. De regisseuse koos voor een bijna documentaire aanpak, met uiterst realistische cameravoering en zeer naturel spel. Daardoor heeft de film een soort van Ken Loach-stempel op zich gedrukt gekregen.

"Dat labellen, daar heb ik zo'n hekel aan", zegt MacDonald. "Je steekt als jonge filmmaker je vinger op en meteen word je in een vakje geduwd." Toch kan ze niet ontkennen dat haar film Loach-achtige trekjes heeft. Ook zij blijft dicht bij haar karakters, snijdt niet weg van ze als ze een zware emotie moeten verwerken, blijft alert op stil spel en zorgt ervoor dat de acteurs alle bewegingsvrijheid hebben die ze voor hun rol nodig hebben. "Als je het zo zegt, begint het tenminste op een compliment te lijken. Ja, ik voel mij ook eerder een kijker dan een filmmaker. Ik neem die camera en zorg dat ik erbij ben als het gebeurt. Ik LAAT niets gebeuren... ik registreer alleen maar."

Toen 'Beautiful Thing' in Londen een succes werd, moest MacDonald het stuk ook regisseren voor de grote theaters. Ze kreeg lovende recensies en rijen 'cross-over'-publiek (dwz. zowel hetero's als homo's). Toch was ze niet tevreden over die laatste enscenering. "Het is echt een verhaal dat je op een intieme manier moet vertellen. In de grote schouwburg werd het bijna een klucht. Acteurs gingen spelen om de lach binnen te halen. Het werd eerder een parodie op het thema, dan dat het nog ergens over ging. Dat merkte je ook aan de toeschouwers, die kwamen massaal om nichten lachen. Ik voelde dat succes als een echte mislukking."

Maar in de bioscoop benader je toch alleen maar een groter publiek? "Nee, integendeel. Het werken op een filmset is zoveel kleinschaliger dan het maken van een theatervoorstelling. Je bent alleen met de cameraman, de geluidsman en een paar acteurs en je kunt terugkomen bij de kern van de dingen. Dat voelt zo'n zaal dan ook aan. Er wordt veel subtieler gereageerd in de bioscoop dan in de schouwburg. Ik heb dat als een verademing gezien."

Ze prijst de commerciële televisiezender Channel Four uitbundig voor het feit dat die haar en haar schrijver de kans hebben gegeven om deze film te maken. "Zo zou het eigenlijk moeten zijn. De tv is naar ONS toegekomen om te vragen of we er een filmbewerking van wilde maken. Wij hebben niet hoeven bedelen. Op dat moment voel je een groot respect voor je artistieke talent en durf je ook verder te gaan in het vertellen van je verhaal. En het succes is dermate groot dat we nu al weer gevraagd zijn voor nieuwe films."

Toch zal Hettie MacDonald het theater niet vaarwel zeggen voor dit nieuwe medium in haar leven. "Ik kan de filmervaring heel goed gebruiken bij mijn schouwburgproducties. Ook daar kun je werken met close-ups, en met montage... als je maar slim met licht omspringt. Ik weet zeker dat film van invloed is op wat ik op de bühne laat zien. En wie weet, leiden die theaterstukken dan wel weer tot dit soort mooie films."

Dick van den Heuvel

Première 14 november 1996