Jon Voight leent zich voor een prul in 'Anaconda'
Het gaat bij een film meteen al fout als we in een voorgeplakte titel moeten
lezen hoe eng het beest is dat er in voorkomt. En dat we vooral niet moeten
denken dat het monster uit de fantasie van de schrijver is voortgekomen,
maar dat het verscheurende, verpletterende, wurgende of mensetende beest
werkelijk bestaat. Bij 'Anaconda' hoef je dan eigenlijk al niet meer verder
te kijken, of je moet willen weten dat al je vooroordelen worden bevestigd.
Een filmcrew gaat op pad om een documentaire te maken over een verloren
stam indianen. Ze zullen daarvoor de Zuid-Amerikaanse rivier stroomopwaarts
moeten bevaren. In de crew zitten al een paar potentiële slachtoffers en
helden. De arrogante presentator, de mooie scriptgirl, de hebberige geluidsman
en de niet te vertrouwen kapitein van het bootje.
Na verloop van tijd monstert ook Jon Voight aan want een dergelijke film
moet ook één ster hebben die zich zonder scrupules leent voor dit soort
filmbehang. Hij is op jacht naar de grote slang, en wil daarom dat de ploeg
van de vastgestelde route afwijkt. Al snel gaan filmploeg en anaconda de
slag aan, blijkt Jon een notoire slechterik te zijn en sneuvelen onze helden
een voor een, behalve de mooie beginnende regisseuse en haar lieve zelfopofferende
cameraman.
Het script bestaat voor 50 procent uit plagiaat (filmploeg en monster, dat
bedachten ze al voor 'King Kong' in 1933) en voor de andere helft is het
geschreven door een computer. Bloedeloze dialogen, futloze karakters en
effecten die we nu ook wel kennen; je kan van hetzelfde soort een mud huren
bij de videotheek. Of je moet graag naar bios willen omdat ze DAAR airconditioning
hebben...
Dick van den Heuvel
Première 14 augustus 1997
|