'Advocaat van de hanen'

Waar de filmmaker zijn verhalen vandaan haalt, het zal de kijker worst zijn. Gerrit van Elst baseerde zijn film 'Advocaat van de hanen' op de gelijknamige bestseller van A.F.Th. van der Heijden uit diens trilogie 'De tandeloze tijd'. Dat levert dat wat er op het scherm te zien is wellicht wat publiciteit op, maar verder geen enkel krediet en als het goed is ook geen enkele achterdocht. Hij had net zo goed een krantenbericht, een gebeurtenis op straat of in zijn familie, een gedicht of een rouwadvertentie kunnen nemen de film moet op zichzelf te staan.

Dat dient gezegd te worden want 'Advocaat van de hanen' bezondigt zich zeer aan de overtreding van die regel. Het is eerder een mooi stukje verfilmde literatuur geworden dan een goeie speelfilm. En dat terwijl het verhaal zich uitstekend voor een spannende thriller met groot publieksbereik zou kunnen lenen. Advocaat en advocatenzoon Ernst Quispel is er de hoofdpersoon in. Hij verkeert zo af en toe in laveloze toestand en geniet dan met volle teugen van zijn kroegentocht door Amsterdam. Op een van die incidentele uitstapjes raakt hij betrokken in wat krakersrellen en is daardoor getuige van de dood van een van de opstandelingen in een politiecel.

Hij weet dat de agenten hun werk niet al te best hebben gedaan. Ze hebben de doodzieke en bewusteloze jongen geen doktershulp gegund en spuiten hem als hij eenmaal aan zijn laatste rochel toe is een teveel aan gesmolten wit spul in, zodat de lijkschouwer slechts nog 'dood door overdosis' kan constateren. Quispel komt in ernstige gewetensnood door die kennis, vooral als de ouders van de jongen hem inhuren als hun advocaat om de politie te bewegen meer informatie te verstrekken en de 'hanen' (de krakerpunks) op zijn gemoed gaan spelen.

Zo! Dat kan een film worden, niet? Claude Chabrol zou er wel raad mee weten of anders wellicht een paar prachtige Amerikanen. Maar Gerrit van Elst kiest niet voor het verhaal. Hij vertelt in sferen en probeert z'n film te focussen op het zelfvernietiging van het hoofdkarakter met het plot op de achtergrond. Hij vertelt daardoor slordig. Zo zien we pas later wat Quispel weet en maken het niet mee op het moment suprème. We moeten daardoor als kijker maar raden wat er precies aan de hand is.

Zijn spelregie is daarbij af en toe hemeltergend. Dat zijn vrouw Zwanet hem uiteindelijk zal verlaten voor zijn beste vriend weten wij vier aktes voordat Quispel er zelf achterkomt, omdat hij actrice Margot Dames dat in uitdrukking en houding al lang laat verraden. Geen enkele ruimte voor twijfel of meerwaarde. Blijft over Pierre Bokma als Quispel die zichzelf door al deze rampspoed heen waadt met de moed der wanhoop die sommige topacteurs eigen is. Hij doet tenminste nog een poging om een verscheurd karakter neer te zetten, dat heen en weer waggelt in de nood van z'n geweten. Maar ook hij sleurt ons niet mee in deze historie, doordat hij niet in de rug gedekt wordt door een verhaal.

Hier was een kans om een grote publiekstrekker te maken, een film waarvoor zich rijen langs de kassa van de bioscoop zouden drukken. En dan verprutsen ze hem zo.

Dick van den Heuvel


Première 9 mei 1996