Bologna zit vol knappe koppen

...maar
is ook beroemd om zijn spaghetti Bolognese
door Maarten van Aalderen
BOLOGNA - Als je met de auto van Nederland naar Italië reist,
kom je het land binnen via Zwitserland (grensplaats Chiasso en dan over
Milaan), Oostenrijk (de Brennerpas, dan het Duitstalige Bolzano of Bozen)
of Frankrijk (via Piemonte of Ligurië).
Wie daarna richting Florence of Zuid-Italië gaat komt in de eerste
twee gevallen altijd langs Bologna, de hoofdstad van Emilia-Romagna. Bologna
is veel minder bekend als toeristenstad dan bijvoorbeeld Florence, Rome
en Venetië en wordt vaak terloops voorbijgereden.
Toch heeft Bologna veel te bieden. In Italië wordt de stad met de
oudste universiteit van de wereld vaak geassocieerd met het intellectuele
leven en ook uit Nederland komen vaak studenten van de universiteit met
uitwisselingsprogramma's van Erasmus om kennis te maken met het beroemde
universiteitscentrum.
Eten
De studenten zullen dan vanzelf wel merken dat Bologna veel meer heeft
dan alleen de universiteit. Bologna is niet alleen een gezellige stad
met vriendelijke mensen waar je heerlijk kunt eten (en niet alleen spaghetti
bolognese), Bologna is ook een van de rijkste en welvarendste steden van
Italië (opvallend genoeg ook een van de meest linkse steden), de
stad die vaak als voorbeeld wordt genoemd van het Italië dat goed
functioneert.
Aloude
boogsteegjes hebben de eeuwen getrotseerd.
Wat direct opvalt van Bologna zijn de zogenaamde 'portici', de bogen
langs de overdekte voetgangerspaden. Al regent het hard in Bologna, je
loopt bijna altijd overdekt onder de 'portici'. Vanzelf ga je naar het
centrum, naar de piazza Maggiore, het plein dat omringd wordt door verschillende
'palazzi', waaronder de grote, historische Palazzo Comunale. Hier binnen
zijn beelden en schilderijen te bewonderen. Vlak naast de piazza Maggiore
heb je een ander plein, de piazza di Nettuno, met het Neptunus-beeld uit
de zestiende eeuw van Giambologna. Met een drievork in de hand is hij
gewapend tegen de golven. We zijn trouwens nu echt midden in de stad,
dus winkels en restaurants in de buurt zijn er te over.
Bij de piazza Maggiore is trouwens ook de San Petronio-basiliek. Ze is
typisch gotisch van stijl en gemaakt ter ere van de plaatselijke bisschop
Petronio. Van de drie openingen ('portali') is de middelste, de 'porta
Magna' beroemd. Ze is een meesterwerk van Jacopo della Quercia uit de
vijftiende eeuw.
Torens
Tot slot zullen de twee torens van Bologna opvallen. Ze staan vlak naast
elkaar en het hoogte-verschil tussen beiden (97 meter en 48 meter) is
opvallend. Ze zijn niet zo scheef als de toren van Pisa, maar het valt
op dat ze ook niet bepaald recht staan. De twee torens behoren tot de
bekendste monumenten van Bologna.
De Sint Lucakerk in Bologna, romantisch verlicht.
Na Bologna kan de autobestuurder eindelijk zijn ogen uitkijken, voor
zover de tunnels het tenminste toelaten. We komen immers in Toscana, een
van de mooiste regio's van Italië. De eentonige vlakke Po-vlakte
hadden we al voor de aankomst in Bologna verlaten en maakt nu plaats voor
het typisch groen-gele Toscaanse heuvellandschap.
Wie na een bezoek aan de Renaissance-stad Florence met de auto naar het
zuiden richting Rome gaat komt na wederom vele tunnels te zijn doorgegaan
(de zon kan verblindend werken als je er weer uitkomt) na ongeveer een
uur rijden in de buurt van Arezzo, een leuk Toscaans provinciestadje waarvoor
je een dagje extra kunt uittrekken. Arezzo is niet alleen bekend om de
grote antiekmarkt iedere eerste zondag van de maand, maar is ook een soort
klein Florence.
Dante
Is Florence de geboortestad van de dichter Dante Alighieri, Arezzo
is de geboortestad van de dichter Petrarca. Heeft Florence fresco's van
Masaccio, Arezzo heeft de fresco's van Piero della Francesca. Deze laatste
wereldberoemde fresco's uit de vijftiende eeuw zijn gemakkelijk te vinden
midden in het centrum van Arezzo in de Sint-Franciscus kerk op de gelijknamige
piazza San Francesco.
Een nog beroemdere en mooiere kerk is de zogenaamde Pieve, een echte
oude Romaanse kerk met een opvallend sierlijke voorgevel en typisch Romaanse
bogen. De inwoners van Arezzo koesteren deze oudste kerk van de stad.
Wie genoeg heeft van kerken kan winkelen op de hoofdstraat van Arezzo,
de Corso Italia, waar het 's avonds vanaf een uur of vijf vaak gezellig
druk is. Maar ook hier geldt wat voor alle Italiaanse plaatsen geldt:
Tussen 13.00 en 16.00 zijn bijna alle winkels dicht en zijn er weinig
mensen op straat te bekennen.
Ook de Piazza Grande (Grote Plein) is een leuk centrum. Hier is niet
alleen de eerder genoemde maandelijkse antiekmarkt, maar wordt ook jaarlijks
de Giostra del Saracino gehouden, een traditie uit de middeleeuwen waarbij
de vier wijken van de stad met elkaar strijden om te paard met een lans
het midden van een schild te treffen. Het feest wordt iedere eerste zondag
in september gehouden. Het wordt uitbundig gevierd, maar het is dan ook
stampvol.
Tot slot is er ook een amfitheater in Arezzo, al is ze helaas niet zo
goed bewaard gebleven. Wie meer over het amfitheater wil weten kan terecht
bij het archeologisch museum, dat naast de resten is gelegen.
Groen
Terug op de snelweg richting Rome (de 'autostrada del sole') kom je na
Toscane vanzelf in de groene regio Umbrië, 'het groene hart' van
Italië. Hoteleigenaars zijn gek geworden van de aardbevingen die
de toeristen hebben afgeschrokken. In tegenstelling tot voorgaande jaren
staan veel hotels in Umbrië sinds vorig jaar september hopeloos leeg.
Maar Umbrië heeft niet alleen maar een half ingestorte Sint-Franciscusbasiliek
in Assisi. Op de 'autostrada' kom je vanzelf langs Orvieto, minder beroemd,
maar toch, en terecht, geliefd. Dit is op veiligere afstand van de aardbevingen.
Als we toch richting Rome gaan is Orvieto trouwens erg toepasselijk.
Het wordt niet voor niks weleens de 'stad van de pausen' genoemd. Maar
liefst 37 pausen hebben voor een bepaalde tijd in Orvieto gewoond, nadat
er een verdrag was gesloten waarin was bepaald dat Orvieto autonoom zou
zijn, op voorwaarde dat de paus een permanente zetel in de stad zou krijgen.
Schilderachtig
plekje in Bologna.
Vandaar misschien de prachtige en opvallende dom van Orvieto, het glorieuze
visitekaartje van de stad. Je zou bijna alleen al voor het bekijken van
de voorgevel een hele dag nodig hebben, als je deze tenminste goed in
je op wil nemen. De mozaïeken bovenaan, vlak onder de gevelspitsen,
zijn schitterend. Ze vormen een staaltje van grote Italiaanse kunst uit
de veertiende eeuw. Maar het roosvenster, boven in het midden van de voorgevel,
met de beelden er omheen, is niet minder. Ook van binnen is de dom prachtig.
Zo heb je behalve mooie fresco's ook de prachtige Pietà van Ippolito
Scalza, een levensgroot uit één stuk marmer gehouwen kunstwerk.
In Orvieto is ook, aan de rand van de stad, het grote plein piazzale
Cahen. Hier heb je een mooi park, waar een oude vesting opvalt. Het is
de Fortezza van de Albornoz uit de veertiende eeuw. Daar vlak naast is,
naast een boeiende tempel van de Etrusken, de put van San Patrizio. Deze
is in de zestiende eeuw gegraven om als waterreservoir te dienen als de
stad zou worden bezet. Wie de diepte van de put wil ervaren kan tegen
betaling via een spiraalvormige trap naar beneden.
Publicatiedatum = 20 mei 2000

|