Grote blonde mannen en de namen op de kaart wijzen op...

Scandinavisch verleden in Yorkshire geen grap

door PETRA JANBROERS

HUBBERHOLME - "Jolly well", zegt de café-bazin opgewekt bij het bestellen van het plaatselijke bier, Blacksheep. "Jolly nice", vindt ze onze afgematte, met modder besmeurde hond die in de eeuwenoude George Inn vanzelfsprekend onder de stamtafel mag liggen. En "jolly good" is het als we onze drijfnatte jassen naast het knappende haardvuur hangen en de smerige wandelschoenen ernaast zetten.

Karakteristiek huiselijke schuilplaatsen voor het vee.

In het uit voornamelijk deze pub bestaande gehucht Hubberholme in de ruige Yorkshire Dales weten ze hoe je de hongerige, verkleumde, stijve wandelaar moet onthalen. Het zit er aan het eind van de dag vol met rood bewangde types die regelrecht van de 'fells', de rotsige heuvels in het Midden-Engelse Nationale Park, de behagelijke ruimte zijn binnengevallen.

Boef

De goedgemutste mevrouw is echter vast geen 'local', want Yorkshiremen staan als terughoudend en nukkig bekend. Hun bijnaam is 'Tyke' dat voor zoiets als boef of beroerde kerel doorgaat. Maar dat is wel erg onvriendelijk voor de gewoon wat in zichzelf gekeerde Engelse Vikingen.

Dat is geen grap. Met name in de meest noordelijke dalen van de Yorkshire Dales, zoals Swaledale, Arkengarthdale en Wensleydale, getuigen namen en grote, blonde mensen van een Scandinavisch verleden, toen stoere mannen zich er vestigden. Een heuvel heet derhalve 'fell' en wandelaars worden fell-walkers genoemd. Er zijn talloze 'becks', stroompjes, een 'toss' is een waterval en 'thwaite' betekent opengekapte plek (in het bos). Op de kaart wemelt het van de Scandinavische woorden.

Schitterend uitzicht op het dal van de Swale.

De Yorkshire Dales, een reeks valleien in het Penninisch Gebergte die grotendeels het nationale park vormen, zijn in Nederland vooral bekend van de in de jaren zeventig populaire televisie-serie over veearts James Herriot, gebaseerd op de ware avonturen van dokter James Wight. In elk hotelletje is minstens één beduimeld boek van hem te vinden. Hoewel het nationale park nog geen 100 kilometer van Hull afligt, rijden veel Nederlanders door naar het veel bekendere, maar ook toeristischere Meren District.

Park

Er wonen nog geen 20.000 mensen in het ruim 17.000 vierkante kilometers metende park. Zo'n tien miljoen natuurliefhebbers en wandelaars weten er jaarlijks de weg naartoe te vinden, maar die vallen niet op tussen de ontelbare schapen die in de valleien en op de hogere moorlands, de heidevelden, grazen.

Honderden miljoenen jaren geleden waren de laagste gedeelten van de huidige Dales de bodem van een ondiepe tropische zee. Zo'n 10.000 jaar voor Christus was het gebied door een ijskap bedekt. Het heeft er grillige vormen en rare kalksteenformaties aan te danken.

Typisch Yorkshire Dales: overal schapen.

Met de Romeinse invasie verschenen er forten en de eerste wegen, nog steeds duidelijk herkenbaar in het landschap: breed, hooggelegen en kaarsrecht. Je kunt in de Dales dagenlang over één van die Romeinse wegen marcheren, de Cam High Road.

In latere eeuwen waren hier loodmijnen, waar nog her en der overblijfselen van zijn te zien, en een bloeiende wolindustrie. Nu verdienen boeren wat bij met het aanbieden van bed & breakfast (b & b) op hun 'working farms', waar het traditionele Engelse ontbijt met bacon, kakelverse eitjes en black pudding (bloedworst) nog in ere wordt gehouden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Amerikaanse nationale parken, worden ze in Engeland gewoon bewoond en bewerkt. De term 'nationaal' is misleidend. De grond is in handen van privé-landeigenaren. Een groot deel van de zuidelijke Dales bijvoorbeeld is van de Hertog van Devonshire.

Hekken

De wandelaar heeft echter nagenoeg overal toegang, als hij de hekken maar netjes sluit, niet op de eeuwenoude muurtjes klimt en niet het boerenwerk of de jacht verstoort. De landeigenaar is verplicht trapjes over omheiningen of hekjes te maken en wegwijzers aan te brengen. Hij mag ook geen gevaarlijke stieren (zoals een Fries, de 'vriendelijke' Hereford-stier mag wel) in een wei zetten waar een voetpad doorheen loopt. Hij (of zijn boer) mag de hond van een wandelaar doodschieten als deze zijn vee opjaagt of anderszins stoort. Wij houden onze Toto dan ook scherp in de gaten.

'Bed & breakfast' op een actieve boerderij in Wharfdale.

Het nationale park wordt beheerd door de zogenaamde Park Authority, die ook zes informatiecentra bedient: in Aysgarth, Clapham, Grassington, Hawes, Malhalm en Sedbergh. Daar, in de VVV's in de plaatsen aan de rand van het park en in sommige winkels in de gehuchten van de Dales, zijn wandelkaarten te koop.

De beste zijn die met de duizenden kilometers muurtjes erop. Op de kale Dales zijn die lijntjes, zeker met mistig weer, onmisbare oriëntatiepunten. Ook in en aan de rand van de drukker bezochte valleien, zoals Wharfedale, Airdale en Ribblesdale, is een kaart ondanks redelijke bewegwijzering geen luxe.

Een klassieke tocht is de 'Three Peaks'. Op één dag legt de wandelaar een ronde van 40 kilometer af over de drie toppen Whernside (736 meter), Pen-y-ghent (694 meter) en de Ingleborough (723 meter). Een fitte loper heeft daar gemiddeld elf uur voor nodig en komt voor een certificaat en badge in aanmerking. Men hoort zich eigenlijk aan- en af te melden voor de tocht zodat de autoriteiten kunnen ingrijpen als iemand niet terugkomt.

Routes

Er zijn tientallen korte en lange rondwandelingen in de Yorkshire Dales, en bovendien doorkruisen maar liefst vier lange-afstandspaden het gebied: de Pennine Way (van zuid naar noord), Dales Way (van oost naar het Meren District), de Coast to Coast (van Noord-Engelse west- naar oostkust) en de Ribble Valley Way, die de rivier de Ribble van bron naar zee volgt.

Publicatiedatum = 9 januari 1999

terug Groot-Brittannie intro