PLACE
DES VOSGES

Oase
voor verliefde paartjes
door
Pieter Nijdam
PARIJS
- Niet de jachtige verkeerspleinen Place de la Concorde
of Place Charles de Gaulle aan de uiteinden van de Champs
Élysées. Niet het verloederde Place Pigalle
aan de voet van de Montmartre. Voor Parijzenaars is
er maar een écht plein: Place des Vosges in de
Marais.
Al
vierhonderd jaar is Parijs' oudste plein de favoriete
plek om te relaxen. Op zonnige dagen liggen verliefde
stellen in het gras. Aan de rand spelen oude mannen
pétanque (jeu de boules). Met name op zondag
laten ouders er hun kinderen uit. Een schrale troost
voor de jongste bewoners van de Lichtstad, die doorgaans
tweehoog achter wonen in een te krappe behuizing.
 |
Heerlijk
niets doen op het Place des Vosges. EIGEN FOTO
|
Het
was de Franse koning Henri IV die in 1605 besloot tot
de aanleg van een eerste open ruimte in de hoofdstad.
Hij moest daarvoor wel een moeras (marais) droogleggen.
Het vierkante plein, omringd door 39 statige huizen
van rood baksteen boven op arcaden, werd gebouwd volgens
de visie van Catherina de Medici.
Bij
gebrek aan rode bakstenen en metselaars werden de muren
van de stadspaleisjes echter met hout en pleisterwerk
opgetrokken en vervolgens in een rood baksteenpatroon
geschilderd.
Dat
mocht de pret niet drukken, want in 1612 werd het vierkante
plein feestelijk ingewijd ter gelegenheid van het huwelijk
van de aanstaande koning Lodewijk XIII met Anna van
Oostenrijk. In een vooruitziende blik op de samenlevingsvorm
'living apart together' nam het echtpaar zijn intrek
in twee paleizen aan weerszijden van het plein, dat
toen nog Place Royal heette.
In
de zeventiende en achttiende eeuw ontwikkelde het plein
zich tot dé hot spot van de Parijse adel en intellectuele
elite. Als je niet aan het Place Royal woonde, hoorde
je er niet echt bij, zo luidde het destijds in welgestelde
kringen. Kardinaal Richelieu (nr.21), de schrijvers
Victor Hugo (nr.6), Alphonse Daudet (eveneens nr.21),
Bossuet (nr.17) en markiezin de Sevigné (nr.1)
hielden er met regelmaat grote feesten. In de vroege
ochtenduren was het plein veelal het toneel van duellerende
rivalen.
Aan
het einde van de achttiende eeuw na de Franse revolutie
werd de naam van het plein herdoopt in Place des Vosges.
Dit als eerbetoon aan de Vogezen, dat als eerste provincie
bereid was belasting te betalen aan de nieuwe republiek.
Anno
2001 heeft het plein niets aan populariteit ingeboet.
Behalve de Parijzenaars die de verkeersdrukte in hun
stad willen ontlopen, wordt de groene oase in de stedelijke
bebouwing jaarlijks bezocht door zo'n half miljoen buitenlanders.
Het Place des Vosges is daarmee een van Parijs' belangrijkste
toeristische trekpleisters.
Onder
de arcaden en in de directe omgeving hebben zich tal
van kleine winkeltjes en galeries gevestigd. Naast gerenommeerde
modezaken, zoals die van Issey Miyake (nr.5) en Lolita
Lempicka aan de Rue Rosiers, zijn er tal van boetieks
gespecialiseerd in kleding voor homoseksuelen. De Marais
is dé wijk waar deze groep zich sinds jaar en
dag thuis voelt.
Datzelfde
geldt ook voor de joodse gemeenschap, die al eeuwen
geleden neerstreek in de populaire buurt. Dankzij deze
religieuze minderheid is de Marais het enige stadsdeel
waar op zondag de winkels open zijn. De talloze falafel-
en shoarmazaken zorgen rond het middaguur voor een gezellige
levendigheid.
Specialiteiten
De
échte lekkerbekken kunnen terecht op nummer 9
van het beroemde plein. Hier huist l'Ambroisie, één
van de zeven driesterrenrestaurants die Parijs telt.
Chef-kok Bernard Pacaud schept er genoegen in zijn klanten
te verwennen met de specialiteiten van het huis, zoals
een krans van ganzenlever met morieljes, zuiglam met
knoflooknougatine en een bladerdeeggebakje van verse
zomertruffel.
Wie
zomaar een lekker glas wijn wil drinken zonder meteen
failliet te gaan, is beter af op het terras van het
legendarische Ma Bourgogne aan de overkant van het plein.
Hier schreven in vervlogen tijden Alexandre Dumas, Honoré
de Balzac en Alphonse Lamartine hun meesterwerken. In
de jaren zeventig was André Malraux een graag
geziene gast.
Een
must voor kinderen is een bezoek aan het museum Victor
Hugo (nr.6), waar de romantische schrijver onder meer
Les Misérables en Notre-Dame de Paris schreef.
Dankzij Disneys tekenfilmversie 'De klokkenluider van
de Notre Dame' spreekt dit museum de jongsten onder
ons zeer aan.
Datzelfde
geldt ook voor het museum van rariteiten en toverkunst
aan de Rue Saint-Paul. Bij de entreeprijs van een tientje
zit een voorstelling van een professionele goochelaar
inbegrepen. Neem de kinderen na afloop mee naar Berthillon
op het nabijgelegen Île Saint Louis in de Seine.
Hier wordt met afstand het lekkerste ijs van Parijs
gemaakt.
|