ROUEN
Een verfijnde
stad met honderd torens
door Gerrit Leeflang
ROUEN - Zoals menige Franse stad gaan de wortels van Rouen, de hoofdplaats
van het departement Seine-Maritime, terug tot in de Romeinse tijd. Maar
de stad is er niet een uit vele. Nee, ze neemt in de Europese geschiedenis
een bijzondere plaats in omdat ze in de afgelopen 2000 jaar een aantal
keren het middelpunt van dramatische gebeurtenissen is geweest. Onder
meer Romeinen, Vikingen, Engelsen en Duitsers tekenden haar karakter.
Rouen is een stad die in cultureel opzicht niet op zichzelf staat in
de Seine-vallei met zijn romantische decor. Nauw verweven is zij ook hoewel
120 kilometer landinwaarts met de zee. Hier, in de zeehaven Rouen bijvoorbeeld,
vulden de Nederlandse schepen in de 17e en 18e eeuw hun ruimen met Franse
wijnen.
Smalle
straatjes en vakwerkhuizen in het centrum van Rouen.
Rouen, de plaats waar Jeanne d'Arc de brandstapel beklom, heeft zijn
cultuurhistorische erfenis goed beheerd (hoewel bordjes bij de abdijkerk
van Saint Ouen waarschuwen tegen vallend gesteente). De hoogbouw bestaat
alleen nog uit de kerktorens; ze wordt wel de stad met de honderd torens
genoemd. Een van de opmerkelijkste is de gietijzeren toren van de grote
kathedraal. Aan deze kerk zijn tal van stijlwisselingen te zien. Hoe kan
het ook anders als hier vanaf de 12e tot en met de 19e eeuw gewerkt is.
Van alle tijdvakken hebben de Middeleeuwen de meest forse stempel achtergelaten.
Het is geen lomp uit haar krachten gegroeide stad , maar een met volop
verrassingen, een stad van vakhuizen, een stad met een verfijnde uitstraling,
die ooit in de 10e eeuw na de inval van de Vikingen de hoofdstad werd
van het machtige vorstendom Normandië. Een tijdlang was ze na Parijs
de tweede stad van Frankrijk.
Die macht en rijkdom laat zich nog steeds aanzien, zoals op het kleine
landgoed Le Manoir de Villers, zeventien kilometer ten westen van Rouen,
ooit het eigendom van een Normandische edelman. De huidige bewoners/eigenaars
geven tussen 1 april en 31 oktober op afspraak rondleidingen, afgesloten
met een vorstelijke theepartij.
Kastelen
In die schilderachtige Seine-vallei liggen meer rustieke kastelen
en landhuizen waar ooit onder meer beroemde schrijvers als Alexandre Dumas,
Pierre Corneille, de Russische schrijver Toergenjev, Gustave Flaubert,
Emile Zola en De Chateaubriand woonden en werkten. Deze gebouwen zijn
opengesteld voor het publiek. Het is ook een streek met oude abdijen,
waarvan de 1400 jaar oude l'abbaye Notre Dame de Jumiège de oudste
is met een bewogen geschiedenis.
Het
prettige van Rouen is dat alle bezienswaardigheden beloopbaar zijn. Zoals
de plaatsen die belangrijk waren in laatste maanden van het leven van
Jeanne d'Arc. De befaamde Maagd van Orléans werd bij Compiègne
gevangen genomen en op Kerstmis 1430 naar Rouen gevoerd om berecht te
worden voor ketterij. Ze werd opgesloten in de Tour de la Pucelle, waarvan
de resten nog te zien zijn. Daarna werd ze overgebracht naar wat nu de
Jeanne d'Arc toren heet. Op 24 mei 1431 werd ze geleid naar de Saint Ouen
begraafplaats om publiekelijk haar zonden te belijden. Door machinaties
van haar aanklager volgde een tweede rechtszaak voor ketterij in het bisschoppelijk
paleis, waar ze op 28 mei veroordeeld werd tot de brandstapel. Op 30 mei
werd ze op de Vieux Marché ten overstaan van de Engelse heersers
verbrand. Haar as en haar niet verbrande hart werden bij de Pont Boïeldieu
in de Seine gegooid.
De plek van de brandstapel is gemarkeerd met een bloemenperk met daarnaast
een moderne kerk. Het gebouw harmonieert met de omgeving, zodat de oudste
herberg van Frankrijk, de in 1345 gebouwde La Couronne, zich niet weggezet
voelt. Je kan je voorstellen dat hier het publiek uit de ramen hing om
niets van het drama te missen.
De
zuil aan de noordelijke oever van de Seine markeert de plaats waar de
resten van Napoleon in 1840 weer op Franse bodem kwamen. Napoleon stierf
in 1821 op Sint Helena.
Leven en dood zijn in de stad met elkaar verweven. Ze gaan elkaar
niet uit de weg. Het pesthuis, waar in pestperioden de doden opgestapeld
lagen, vertelt zijn verhaal nog wel maar het is meer een fluisteren op
een vredige binnenplaats, waar een tuinman de perken verzorgt. Even buiten
de stad staat aan de noordelijke oever van de Seine een pilaar. Deze markeert
de plek waar de stoffelijke resten van keizer Napoleon Frankrijk binnenkwamen
vanuit Sint Helena, waar hij in eerste instantie was begraven. Maar boven
dit alles klinken de klokken van de stad als een troostend signaal en
de schepen aan de kaden laten weten dat Rouen dynamisch met de rest van
de wereld verbonden is.
Publicatiedatum = 10 juni 2000

|