&referer=" WIDTH="0" HEIGHT="0" BORDER="0" ALIGN="LEFT" ALT="">
FREDERICIA:
Stad met bedenkelijk verleden
De kanonnen staan in het gelid bij de stadspoort.

Criminelen, belastingontduikers en failliete
kooplieden kregen er een nieuwe kans

door Nico van der Zwet Slotenmaker

FREDERICIA - Op plekken des onheils willen weinig mensen wonen en toen op het Deense Jutland de vestingstad Frederiksodde al een jaar na de stichting door de Zweden werd verwoest en voor brandende puinhoop achtergelaten, leken herbouwplannen weinig kans te maken. Ook niet toen de 'oude' naam in de vergetelheid werd gestopt en men er Fredericia van maakte. De angst dat de Zweden nog eens op bezoek zouden komen zat er diep in en met een paar landbouwers kan je geen volwaardige gemeenschap vestigen.

De autoriteiten moesten dus een dikke drie eeuwen geleden burgers werven en daarin ging men heel ver. Toen binnen eigen grenzen de animo gering, zo niet te verwaarlozen was, wendde men de blik naar het buitenland.

De grootste propagandaleuze dat vrijheid van godsdienst absoluut werd gegarandeerd, bracht een aarzelend stroompje immigranten op gang, want er waren in die jaren nog veel plaatsen waar je snel je hoofd kon verliezen als je iets anders bad dan wat door de staatshoofden voor correct werd gehouden. Duitse katholieken en Franse Hugenoten trokken naar Fredericia, maar het waren er nog lang niet genoeg. Ook niet toen een aantal joden, altijd al op de vlucht voor onderdrukking, zich bij hen voegde.

De volgende stap was criminelen, belastingontduikers en failliete kooplieden een nieuwe kans te geven. Onder voorwaarde dat ze tien jaar lang niet buiten de stadspoorten zouden komen, werd hun kwijtschelding beloofd en als u denkt dat zulks ertoe leidde dat rapalje het in de nieuwe stad voor het zeggen had, heeft u het mis. Met Australië, Tasmanië en Nieuw-Zeeland is het ook goed gekomen, al bestond de eerste (westerse) bevolking voornamelijk uit lieden die in Engeland hun handen niet thuis hadden kunnen houden en slechts door deportatie het schavot konden ontlopen.

Het viel dus ook allemaal wel mee met Fredericia. Vooral toen er in 1808 een haven werd aangelegd, kwamen er veel nieuwe inwoners bij. Toch heeft de stad altijd een wat bedenkelijke naam gehouden. Beroemd en berucht waren de feesten van regimentscommandant prins Christian August en balling-prins Frederik, die na een echtscheiding van het hof was verdreven, wist wel waar hij het zoeken moest. In Fredericia dus, waar men niet zo nauw keek en hij dus ongestoord een romance kon beginnen met Louise Rasmussen, de latere gravin Danner.

Bekwaam

Dat de Fredericianen ook op krijgskundig gebied hun lesje hadden geleerd, werd in 1848 duidelijk toen de vesting door de Pruisen werd belegerd. Langdurig zelfs, maar Fredericia verdedigde zich zeer bekwaam en zette op 6 juli 1849 de kroon op het werk door na een strategisch goed opgezette uitval de Duitsers op de vlucht de drijven. Die datum speelt de hoofdrol in de geschiedenis van de stad en nog ieder jaar zijn er op en rond die datum grote feesten en manifestaties.

De laatste vestingwal met gracht.

Maar ook als u op een andere dag komt, wordt u op dit wapenfeit gewezen. Bij de stadspoort staan de kennelijk destijds gebruikte kanonnen in het gelid en eert men de onbekende soldaat met een fors monument. Men beweert er 'en passant' even bij dat dit het eerste beeldhouwwerk ter wereld is dat voor een naamloze strijder is opgericht.

U doet mij een groot plezier mij niet te laten weten indien de Denen zich met dit feit hebben vergaloppeerd. Dan krijg je namelijk discussies die mij doen denken aan het verhaal over de oudste voetballer, die de oudste toch weer niet bleek te zijn, omdat ergens ver in de Achterhoek... nou ja, u weet wel.

Een museum heeft Fredericia natuurlijk ook. Voor een deel in de openlucht, waar het historische behuizingen betreft en binnen met voornamelijk militaire spullen die er allemaal op dienen te wijzen dat er op deze plaats best het een en ander aan de hand is geweest. Het museum is vlak bij de laatste overgebleven vestingwal met brede gracht, waarin vandaag twee mannen zeer professioneel aan het vissen zijn. Met zo'n tentje en hengels die je kennelijk niet vast hoeft te houden en die ergens licht gaan rinkelen als de vis zich met het aas bemoeit.

Al die dingen die mij nooit zijn gelukt. Bij mij zat alles altijd onmiddellijk in de war. Later heb ik wel eens gedacht dat ik het waarschijnlijk met opzet deed, omdat ik er toch weinig zin in had.

Om de historisch omgeving van de vroegere verdedigingslinie nog wat te accentueren heeft men er een aantal kunstenaars op losgelaten die aan het houtsnijden zijn geslagen, zodat monsterachtige koppen en vreemde creaturen je ineens tussen het geboomte aan komen grijnzen. Deze 'attractie' is vooral bij de kinderen in trek, want die weten nog wat echt griezelen is.

Zelf dwaal ik het stadje in, dat volgens een vast stratenplan keurig aangeharkt is en buiten de kerk weinig interessants te bieden heeft, al zijn er prima terrasjes en zijn de winkels overvol. Als ik in de buurt van de haven kom, zie ik om iedere straathoek wel een deel van een schip. Omdat zeelieden om wat voor reden dan ook niet zo'n beste roep hebben, tref je hier ook de optrekjes die de varensgasten tot oorden van vermaak hebben te dienen. 'Las Vegas byens bedste klub' zou een aardige woordspeling kunnen zijn en is dat ook, al slaat 'bedste' in dit geval op wedden en komt er geen slaapplaats aan te pas. Zo'n speelhol is het met allemaal automaten en veel koude kunstbloemen.

Misschien kan je er wel wat winnen. Al wordt het uiteraard nooit meer zoals op de zesde juli van het jaar 1849.

REISWIJZER
Inlichtingen over reizen naar Denemarken verstrekt het Deens Verkeersbureau, Postbus 266, 2300 AG Leiden, telef. 0900-2025280, internet www.visitdenmark.com

EIGEN FOTO'S

Publicatiedatum = 30 september 2000