Costa Rica: het Zwitserland
van Latijns Amerika
door Nico van der Zwet Slotenmaker
SAN JOSÉ - Het vliegveld van San José in Costa Rica mag dan weinig te verhapstukken
hebben, het acht zich toch te groot om het kleine binnenlandse werk er ook
nog eens bij te doen.
Aldus geraak ik na enig wijswerk van behulpzame functionarissen in een
tegen de luchthaven aangedrukt industriegebiedje dat na een tijdje een soort
barak met de naam van de door mij gezochte maatschappij laat opdoemen. Nog
beter is dat ik inderdaad op de passagierslijst voor de vlucht naar Quepos
blijk voor te komen, al moet de man er achter de weg te cijferen balie er
eerst flink naar op zoek. Zijn verjaarde computer weet namelijk alleen maar
regeltjes van tien letters voort te brengen en omdat het apparaat een uitgesproken
voorkeur voor medeklinkers blijkt te hebben rolt er wat mijn persoontje
betreft tenslotte 'VDZWTSLTNM' uit en daar nemen we bij gebrek aan beter
dan beide maar genoegen mee.
Even bedenk ik dat na het neerstorten de persbureaus wel even nodig zullen
hebben om deze puzzel voor de nabestaande te ontwarren, maar slechts hij
die leeft zorgt, daarna houdt het op.

Voorlopig wens ik echter eerst een verfrissing en zelfs die is te verkrijgen
in een half-onderaards hol dat een horeca-functie vervult en waarschijnlijk
ongaarne door de heren van de warenwet bezocht zou willen worden. Maar we
zijn hier in Zuid- (of zoals u wilt Midden- of Centraal-) Amerika en daar
gaat het er nu eenmaal wat minder aangeharkt aan toe dan in ons in de ruimte
kwakende kikkerlandje.
De blikken penning die ik als instapkaart krijg uitgereikt beschouw ik
overigens als een duidelijk punt van vooruitgang. Hij wordt na inname straks
weer en dan nog duizend keer verstrekt en dat is een stuk handiger dan de
hele papierwinkel die wij hebben af te wikkelen als we eens in een zogenaamd
geciviliseerd land aan boord van een jumbo'tje willen. Over recycling gesproken.
De stoelen zijn vandaag niet uitverkocht en dus kan een belendende dame
gemakkelijk een extra zitplaatsje vullen met een rustig hondje en een reusachtige
stenen pot die een half uurtje later ook op de plaats van bestemming van
dit vliegtuig in de aanbieding blijkt te zijn, zodat ze zich de tocht misschien
beter had kunnen besparen.
Auto
Een tochtje van niks overigens, zo door de lucht. Maar je moet over een
paar forse bergruggen en als je het met de auto zou willen doen ben je minimaal
vier uur kwijt en mag je van geluk spreken als je niet door pech wordt getroffen.
Want hoe verder je van de hoofdstad San José het binnenland intrekt, hoe
slechter de wegen worden. Een auto huren moet u dan ook nooit doen. Het
openbaar vervoer werkt redelijk en, wat belangrijker is, de buschauffeurs
weten precies waar de gaten zijn. Ik ontmoet op deze trip een Amerikaans
echtpaar dat na een arbeidszaam en financieel gezegend leven van plan was
hier de levensavond te slijten en inmiddels besloten heeft het niet te doen
'omdat je hier met de auto nergens kan komen.'
Costa Rica krijgt na steeds meer vakantiegangers ook veel lieden op bezoek
die er wel willen blijven. Het belastingklimaat is er meer dan redelijk,
de mensen aardig en de temperaturen prima. Bovendien vertolkt het land een
absolute voortrekkersfunctie. Sinds in 1949 een democratische grondwet van
kracht werd is het leger afgeschaft, de vrouw is er met kiesrecht en al
reeds vijftig jaar de wettelijke gelijke van de man, leerplicht met vrijstelling
van schoolgeld is er al 125 jaar, een 8-urige werkdag werd 75 jaar geleden
ingevoerd en ook de sociale en ziektekostenverzekering van de overheid is
er al meer dan een halve eeuw een feit.
Geen wonder dan ook dat Costa Rica het Zwitserland van Latijns Amerika
wordt genoemd. Toch is het nog lang geen walhalla. Het gemiddelde inkomen
bedraagt f 3.000.- per jaar en ook de omstandigheid dat 95% van het land
aan 5% van de inwoners behoort maakt wel duidelijk dat er nog best het een
en ander gladgestreken moet worden. Dat wil Costa Rica op eigen houtje doen.
De Amerikanen, die er een zogenaamde 'bananen-republiek' van hadden gemaakt
is al jaren geleden met evenveel klem als succes duidelijk gemaakt dat ze
nu maar weer eens thuis moesten gaan spelen en in Quepos aan de westkust
van het land hebben de 'tico's', zoals de Costaricanen worden genoemd, nu
zelf de beschikking over een zeer westerse nederzetting met zwembad en sportaccommodaties
waarin de opzichters van de plantages vroeger hun riante leventje leidden.
Wat ze er precies mee moeten doen weten de autochtonen overigens volgens
mij niet eens, want hoewel goed onderhouden ziet alles er zeer verlaten
uit en is in het zwembad de opzichter de enige bezoeker.
Omdat ik maar even verderop in het onder Nederlandse leiding snel opbloeiende
prachthotel 'El Parador' in Manuel Antonio logeer laat ik me dagelijks even
naar Quepos rijden om een biertje te drinken en wat rond te kijken. Het
is er altijd een beetje kermis voor de poorten van de stierenvechtersarena
waar de neringdoenden hun kraampje gemakshalve maar het hele jaar laten
staan, omdat het morgen misschien toch weer feest is.
Pacific
Zelf leg ik regelmatig aan in 'The Great Escape', niet om te ontsnappen,
maar meer om te ontspannen. Hier komend de mannen bijeen die overdag met
buitenlandse sportvissers de zee opgaan en uiteraard word ik ook verzocht
in te schrijven. Ik hou me nog even op de vlakte, en verraadt de barkeeper
als ik twee dagen later van een concurrerende firma een gratis uitnodiging
krijg. Normaal kost zo'n bootje voor 4 personen trouwens duizend dollar
(f1.700.-) per dag. Daar krijg je echter wel wat voor te zien en te vangen.
Eerst mag je op de Pacific het spel der dolfijnen meemaken en daarna is
het om de beurt in de stoel als er aan een van de hengels wordt geknabbeld.
Ik vang een monster met een speer op zijn snuit die al groter is dan de
grootste vangst die ik ooit binnenhaalde. Je kunt hem als trofee mee naar
de wal nemen, maar ik win de vriendschap van de bemanning als ik verzoek
hem weer te laten zwemmen. Dan heeft iemand anders er misschien ook nog
plezier van.
Terug naar San José ga ik een paar dagen later met de auto terug en gelukkig
met een bestuurder die het wel meer doet. Hij zet me in een buitenwijk af
bij het prachtige hotel Bougainvillea dat ook al door een Nederlander, Hans
van der Wielen, wordt gerund. Hij is al 35 jaar druk doende met het bouwen
van scholen voor de minder bedeelden.
De naam Bougainvillea zegt het al, bloemen en planten maken rond zijn hotel
de dienst uit. Prachtig.
Nee, dat Costa Rica heeft wel wat. En als ik nou toch nog eens ergens anders
zou moeten wonen wist ik het wel. Als ik mijn geliefden in het vliegtuig
mee mocht nemen natuurlijk. Een klein toestel volstaat dus.
Publicatie datum = 06-07-96

|