&referer=" WIDTH="0" HEIGHT="0" BORDER="0" ALIGN="LEFT" ALT="">

Uniek plekje op de wereld ontdekt

door Nico van der Zwet Slotenmaker

Op het oogverblindende witte strand van Manuel Antonio dat zich aan de westkust van Costa Rica zachtjes laat bespoelen door de Stille Oceaan, hebben verschillende ondernemers zestig strandstoelen onder niet bij elkaar passende parasols geplaatst. Zeven zijn er bezet. Aan de vloedlijn houden zich ook nog drie eventuele kandidaten op en met mij als toeschouwer meegerekend kunnen we dus net een elftal op de been brengen. Het is vrijdagmorgen half twaalf. Het hoogseizoen is in volle gang.

Dat dit nog kan, dat zulks nog bestaat. Een beetje ben ik er langzamerhand wel op voorbereid moet ik eerlijk zeggen, want steeds als het er op lijkt dat de badgasten spoedig gedwongen zullen worden stapelbedjes mee te nemen, wordt er weer ergens op de wereld een onverwachte achterdeur open geworpen en zien we tot onze opluchting dat de bol toch nog niet vol is.

Trouwens, volgens de Nederlander Harry Bodaan is het op dit moment in Manuel Antonio al tien keer zo druk als toen hij er voor de eerste keer kwam. Dat moet een elf jaar geleden zijn geweest. Bodaan was nog manager van de internationale persclub in Washington en werd in die functie door de toenmalige president van Costa Rica uitgenodigd om eens een kijkje in diens land te komen nemen. "Het was zo'n invitatie die wel meer uit louter beleefdheid wordt gedaan, maar het leek wel of ik er een soort voorgevoel van had en ik ging wel degelijk."

Paradijs

Om naar hij zegt een soort paradijs aan te treffen. "De natuur, de rust, het leek wel een beetje een andere planeet. Er was een hotelletje waar je onmogelijk een kamer kon krijgen, omdat het hele jaar door vaste gasten was besproken. Geen wonder dus dat de prijzen ieder jaar stegen."

Toen kon het niet anders of de ware ondernemer werd in Harry Bodaan wakker. Bovendien had hij in Amerika kennis gemaakt met de eveneens Nederlandse familie Schans die te kennen had gegeven wel eens samen iets op hotelgebied op poten te willen zetten. Dus toen Bodaan in Amerika Jan Schans weer eens tegen het lijf liep, zei hij hem dan ook onomwonden dat hij nu de beste plek op de wereld had ontdekt, Costa Rica. Als Schans er nog hetzelfde over dacht, stond hem dus maar één ding te doen.

Dat dacht Schans inderdaad en een dik half jaar geleden opende Hotel & Beach Club 'El Parador' haar antieke Spaanse deuren. Als Jan Schans deze in enkele seconden getikte regels ziet staan, zal hij tegenwerpen dat daar verschrikkelijk veel werk voor verzet moest worden, maar omdat dit een voornamelijk op de geneugten des levens gerichte rubriek is, doen we daar verder kort over. We volgen Schans in zijn jaren een niet onverdienstelijk amateur-wielrenner niet in zijn loopgravenoorlog tegen ambtelijke molens, al kan een kind begrijpen dat je tegen muren oploopt als je in een dergelijk land op toeristisch gebied een absoluut hoogstandje wilt opvoeren. Ook letterlijk moest Jan Schans tegen muren op, want hij wilde zijn schepping precies in het midden van een schiereiland bovenop een niet van wijken willen wetende rots en dan ben je even bezig natuurlijk.

Ondertussen had Harry Bodaan dan ook voldoende gelegenheid om na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn een internationale persclub in Moskou op poten te zetten om tenslotte in Costa Rica als general-manager van 'El Parador' aan de slag te kunnen. Ook hij stapte bepaald niet in een gespreid bed. Hoewel Costa Rica heeft uitgerekend dat het per jaar een half miljoen buitenlanders mag koesteren, is het nog niet helemaal doorgedrongen dat die bezoekers ook wel eens een glas aangereikt willen krijgen. Er is geen enkele horeca-opleiding in het hele land en het ziet er niet naar uit dat die er spoedig zal komen ook. Alles moet dus met eindeloos geduld aangeleerd worden en vandaar ook dat in de top van het hotel voorlopig nog wel wat Nederlands wordt gesproken en namen als André of Herman regelmatig vallen.

Vriendelijk

Niet dat de 'Tico's', zoals de Costaricanen in de wandeling worden genoemd, niet zouden willen, oh nee. Een vriendelijker volk zal moeilijk te vinden zijn. Alleen moet het allemaal eerst een beetje begrepen worden, een normale procedure trouwens in een toeristisch ontwikkelingsland. Het linnenmeisje weet echt wel wat een toerist voor een kamer betaalt en kan op vijf vingers narekenen dat ze zelf hier nooit een week haar vrije tijd zal kunnen doorbrengen, ook al spaarde ze drie jaar lang het brood uit haar mond. Dus gaat ze zich vragen stellen, vooral omdat ze aanvankelijk denkt dat de gefortuneerde westerling het gehele jaar met de buik bloot in de zon ligt.

Goed, ik weet wat u zeggen wilt, dat mag dan voor mij gelden, de rest moet toch weer terug achter het bureau. De plicht roept. Ik hoor hem heel in de verte.

De zaken marcheren inmiddels in 'El Parador' en het is dan ook een unieke stek. Als je boven aan de bar zit, zie je de oceaan aan twee kanten en beneden, waar je tot de navel in het water aan een andere bar kunt zitten, heb je vanuit het zwembad de schitterende watervlakte pal op het netvlies.

'El Parador', de naam is goed gekozen. We kennen de titel uit Spanje waar oude paleizen en andere historische gebouwen zijn omgetoverd tot toeristische onderkomens van grote klasse en de Costaricaanse tak kan zich er zonder enige moeite bij aansluiten. Of misschien wel koploper worden zelfs. Het hoofdgebouw staat vol antiek met prachtige schilderijen en scheepsmodellen. Het grootste deel van de meubels is inderdaad bij Spaanse antiquairs en op veilingen gekocht, eerst als hobby van de familie Schans en nu eindelijk op de juiste plaats terecht gekomen.

In het hotel zelf zijn maar enkele suites. De meeste gasten vinden onderdak in tegen de rotsen gebouwde bungalows die een lichte klimpartij vereisen. Overigens kunt u ook in een golfkarretje naar uw voordeur worden gebracht, want ze staan bij 'El Parador' nergens voor. Hoewel het hotel genoeg te bieden heeft zijn er dagelijks verschillende excursie-mogelijkheden waaronder uiteraard die naar het natuurpark van Manuel Antonio waar je door bekwame gidsen op bijzondere planten, bloemen, vogels en andere dieren wordt gewezen. In het weekeinde is het er druk, want dan komen de Costaricanen zelf. Niet direct voor de natuur. Ze zijn gewapend met koelboxen en andere leeftocht en nemen na vaak lange voettochten plaats op een van die kleine strandjes in het oerwoud waar ze al generaties schijnen te komen. Want zij wisten natuurlijk al eerder dan wij hoe mooi het in hun land is.

REISWIJZER

Verschillende Nederlandse reisbureaus hebben Costa Rica inmiddels in hun programma opgenomen. Onder andere Arke Reizen en Indigo Tours hebben daarbij ook mogelijkheden om kort of lang in 'El Parador' te verblijven. Inclusief vliegreis (ca. 12 uur met een tussenstop) moet u rekenen op ongeveer ƒ3000.- per persoon voor twee weken.

Direct contact opnemen met 'El Parador' kan uiteraard ook. Het telefoonnummer vanuit Nederland is 00.506.777.1411. Er is altijd wel iemand die Nederlands spreekt. Het is in Costa Rica zeven uur vroeger dan bij ons.

Publicatie datum = 20-04-96