Publicatiedatum:
25-3-2002
HOUDEN VAN MENSEN
De
mens wordt vaak getypeerd als een sociaal dier. Daarom
wordt er gemakshalve vanuit gegaan dat we ons eigen
ras liefhebben. Maar, er zijn genoeg mensen die liever
een wandeling maken met hun hond dan met de buurman.
Sterker nog, voor de meeste mensen is het een zware
klus om van mensen te houden; ook al geeft niemand dat
graag toe. En dit gegeven is niet oninvoelbaar. Immers,
de mens is egocentrisch, hebzuchtig, jaloers, kritisch,
onhebbelijk, verkwistend en hoogmoedig; en dan laat
ik zijn oorlogszuchtige, vervuilende en racistische
eigenschappen nog buiten beschouwing. Nee, het feit
dat mensen verliefd worden, vriendschappen sluiten of
samen als team naar het hoogste streven komt niet zo
nadrukkelijk omdat zij van mensen houden, maar veeleer
omdat zij elkaar nodig hebben; de mens is in zijn eentje
maar een zwakkeling en om zich te handhaven is hij tot
anderen veroordeeld. Toch is het wel aardig om van mensen
te kunnen houden, al was het alleen maar om wat vrolijker
door het leven te gaan.
Als praktiserende psycholoog ben
ik aan mijn stand verplicht om een gevoel van naastenliefde
te onderhouden. Toegegeven, ik heb er hard aan moeten
werken. Maar tegenwoordig is het voor mij een fluitje
van een cent. Dat komt omdat ik het vermogen heb ontwikkeld
om mij over het eigenaardige in de mens te verwonderen.
Els, bijvoorbeeld, valt vooral op omdat zij op theatrale
wijze kan klagen over haar werk, levenspartner en lichamelijke
gesteldheid; alles dus. Zij gedraagt zich als lijdend
voorwerp en heeft het zuchten, steunen en kreunen tot
kunstvorm verheven. Bel ik haar om even een praatje
te maken, dan neemt Els de telefoon aan alsof zij net
een zware hersenoperatie heeft ondergaan. Was haar aandachttrekkerij
vroeger een bron van ergernis, nu werkt haar gekerm
op mijn lachspieren omdat zij zo voorspelbaar en karakteristiek
reageert. En omdat mijn gevoel voor haar wezenlijk positief
is, kan ik ook rustig zeggen wat ik denk:' zo, Els het
klinkt alsof je wakker wordt van een diepe coma; wat
zegt de verpleging?', waarop haar stem meteen wat helderder
doorkomt: 'ja, ja. maak maar grapjes; jij zou je ook
niet lekker voelen als je met zoveel luie collega's
als ik moet werken.' Tegelijkertijd besef ik dat mijn
grondhouding van genegenheid gemakkelijk vast te houden
is omdát ik gewoon blijf zeggen wat ik denk: 'je moet
toch eens aan je baas vragen of je in aanmerking komt
voor slachtofferhulp; een soort extra premie ter compensatie
voor het geestelijk geweld wat anderen je toebrengen.'
Op slag is de stem van Els normaal: 'leuk bedacht, Wijnberg;
hoe is trouwens afgelopen met het doctoraalexamen van
jullie dochter?'
Waren mensen als engelen, dan zou
niemand moeite hoeven doen om van elkaar te houden.
Het is nu juist het duivelse in de mens dat liefde onderuit
haalt. Maar, wie het menselijk tekort als het meest
menselijke kan zien, krijgt toch oprecht met hem te
doen.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|
|