Publicatiedatum:
18-2-2002
VROUWELIJKE VRAGEN
Hebt
u zich ooit afgevraagd hoeveel soorten vragen er zijn?
Nee? Dan wordt het hoog tijd. Zo heb je de kleine vraag
("Mag ik even gebruik maken van uw toilet?") en de grote
vraag ("Hoe lossen wij het fileprobleem op?"). Je hebt
de retorische vraag - de vraag waar je geen antwoord
op wilt horen - ("Ben je nóu tevreden?!") of de filosofische
vraag ("Waar moet dit heen?"). Een handige vraag is
de wedervraag, een vraag die op de vraag "Hou je nog
van mij?" de bal bij vrager teruglegt door te vragen
"Waarom zou ik niet van je houden?". Mijn grootvader
had nog de speciale categorie 'domme vragen'. Dat waren
alle vragen waar hij geen antwoord op wist. Studenten
hebben vooral last van rotvragen; vragen op examens
waarvan de antwoorden nergens in het boek staan en waar
spontaan, creatief en ter plekke over nagedacht moet
worden. Dan heb je de flauwe vraag ("Kijk je nooit in
de spiegel?"), de noodvraag ("Is er een dokter in de
zaal?"), en de impliciete vraag ("Waarom denken mannen
maar aan één ding?"). Gemakkelijk is de mannelijke vraag
("Kun je een biertje voor me halen?" of "Waar zijn mijn
autosleutels?"). Maar, een echt probleem is de vrouwelijke
vraag.
Want, vrouwelijke vragen zíjn namelijk
geen vragen. En voor mij is het elke dag weer lachwekkend
om te zien dat mannen niets doorhebben. Nu kun je dat
de man nauwelijks kwalijk nemen omdat hij door de vrouw
voortdurend op het verkeerde been wordt gezet. Als een
trouwe heldhaftige sukkel blijft de man daarom zoeken
naar antwoorden, terwijl vrijwel alle vrouwelijke vragen
gewoon bedoeld zijn als verwijt. En voordat hij het
weet, is de man in een ruzie verwikkeld over iets waarvan
hij na een minuut al niet meer weet hoe hij daarop is
uitgekomen:
Waar was je tussen de middag?
Gewoon op kantoor.
Waarom kon ik je niet bereiken?
Misschien omdat ik een broodje ophaalde.
Had je geen brood mee?
Vergeten.
Ja, je vergeet de laatste tijd wel meer.
Wat dan?
Je weet zeker niet eens wat voor speciale dag het vandaag
is?
Nee.
Kijk, dat bedoel ik nou.
De weinige vragen van de vrouw
die geen verwijt zijn, zijn ook geen echte vragen. Dat
soort vragen valt in de categorie gevoelsuitingen van
twijfel, verdriet of zorg. En als hij - zo masochistisch
zijn mannen nu éénmaal - toch concrete antwoorden gaat
bedenken, dan is zijn relatiegeluk ook in luttele seconde
verleden tijd:
Vind jij het een goed idee als ik een andere jurk aantrek?
Ja, misschien iets vrolijks.
Hoezo ben ik niet vrolijk?
Dat zei ik niet.
Ik ben niet doof.
Ach laat maar.
Ja, maak je er maar weer gemakkelijk vanaf.
Misschien dat u nu begrijpt waarom
het de man moet zijn die de vrouw ten huwelijk vraagt.
Zou de vrouw het doen, dan luidde de vraag: "Waarom
kijk je liever TV dan naar mij?" En zou het menselijk
ras in rap tempo uitsterven.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|