Publicatiedatum:
21-1-2002
HOLLANDSE KRENTERIGHEID
Van
de beruchte Hollandse krenterigheid lijkt vandaag de
dag weinig overgebleven. We eten massaal buiten de deur,
de vakantiebestemmingen worden steeds luxueuzer en Sinterklaas
heeft de Kerstman nodig om het geweld aan cadeaus de
baas te zijn. Maar, het strooien met geld is slechts
een zeer oppervlakkig en tijdelijk verschijnsel. Het
spaarzame karakter van de Nederlander is in wezen onveranderd
gebleven. Wie oog heeft voor het psychologisch milieu
waar we in leven, weet wat ik bedoel. Complimenten geven,
bijvoorbeeld, is voor menigeen nog steeds hetzelfde
als wanneer een vrouw moet bevallen van een kind in
stuitligging: je wilt de baby er wel uitgooien, maar
er moet een dokter met trekhaak aan te pas komen om
de geboorte te laten slagen. Gelukkig heeft de Nederlandse
taal het krachteloze woord 'leuk' voortgebracht. Zo
kunnen we onze medemens iets aardigs toebedelen zonder
dat hij ook maar het flauwste benul heeft waar het eigenlijk
over gaat. Want, een uitspraak als 'wat kan je leuk
koken' kan net zo goed betekenen dat de kok er een potje
van maakt.
Volgens de beroemde psychiater
Sigmund Freud is de Nederlander het schoolvoorbeeld
van het 'anale type'. Simpel gesteld: wie op jonge leeftijd
geen goede zindelijkheidstraining heeft gehad en zijn
ontlasting niet durft af te staan wordt ook als volwassene
een billenknijper. Jong geleerd, oud gedaan. Dat Freud
gelijk heeft, zien we terug in de moeite die wij hebben
om anderen het succes te gunnen. Gelijk denk ik aan
het vertrek van Louis van Gaal: jaren lang heeft hij
heel voetbalminnend Nederland getrakteerd op prachtige
wedstrijden en boeiende interviews, maar hij hoeft maar
één minder jaar te hebben en hij wordt gelijk als volledig
incompetent afgeserveerd. De Hollandse zuinigheid is
in feite synoniem met afgunst. Bijzondere mensen zoals
Johan Cruijff, Paul Verhoeven of Linda de Mol worden
zo weggehoond dat zij hun heil in het buitenland zoeken.
En dat tijdens de Duitse bezetting zoveel 'goede mensen'
zijn verraden, verbaast mij niets. Het was de simpelste
manier om van onze talenten af te komen. Wat mij ook
in het geheel niet verwondert, is het grote aantal mensen
dat psychisch afhaakt op de werkvloer. Mijn patiënten
klagen steen en been over de subtiele pesterijen van
collega's die hun eigen onvermogen proberen te verbloemen
door anderen naar beneden te halen. En leidinggevenden
besteden alleen maar aandacht aan het personeel als
er weer eens iets fout is gegaan. Toen mij zoon onlangs
protesteerde omdat hij voor een foutloos proefwerk geen
10 maar een 8 kreeg, lachte de leraar smalend en zei:
'voor een gefrustreerd mens blijft altijd wat te wensen
over'.
Ik ben er trots op om voor een
krant te schrijven die zich niet voor kwaliteitskrant
hoeft uit te geven om het toch te zijn. Maar, ik moet
voorzichtig zijn: wie zich in Nederland al te enthousiast
uitlaat over zijn eigen winkel, trekt mensen aan die
de ruiten ingooien.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|
|