Publicatiedatum:
5-11-2001
LEEUW ALS VADER
Er
is weinig ophef over, maar velen zullen hoofdschuddend
gedacht hebben: 'je zal het kind maar wezen'. Paul de
Leeuw is immers vader geworden. Zijn zoon wordt daardoor
opgezadeld met drie handicaps: hij is geadopteerd en
kind van een bekende Nederlander die ook nog homofiel
is. Al die stille critici willen van mij, als psychologisch
expert, natuurlijk weten of het met de ontwikkeling
van dat kind ooit goed kan komen nu de start al zo beroerd
is. Mocht u hopen op een mening die op wetenschappelijke
wijze een doemscenario kan schetsen, dan moet ik u helaas
teleurstellen. Want, niets hoeft het kindje Cas een
gezond en gelukkig leven in de weg te staan.
Allereerst is er de kwestie van
het ontbreken van de moeder: geen gezonde borstvoeding,
geen onvervalste moederliefde, en geen vrouw die op
moederlijke wijze het kind op de vingers kan tikken
als training voor een normale heteroseksuele verhouding.
Ook kan het kind dan niet de gebruikelijke 'oedipale
fase' doorworstelen waarin hij het trauma moet verwerken
dat zijn moeder niet van hem is, maar van zijn vader.
Ik zou zeggen: 'wie geen trauma krijgt, hoeft het ook
niet te verwerken' en 'wie geen eigen moeder heeft en
toch die behoefte blijft houden, kan altijd nog als
volwassen man een moederlijke partner zoeken waarmee
hij de schade kan inhalen'. Bovendien is het grote voordeel
van 'de afwezige moeder' dat een jongen verschoond blijft
van de vrouwelijke emotionele afwijzing. Immers, als
niet-meisje doet hij het in de ogen van zijn vader altijd
goed en daar varen jongetjes psychisch heel wel bij.
In de tweede plaats is er de kwestie van de 'homofiele
opvoedingssfeer': homofiele vader met homofiele partner
die beiden ook veel homofiele vrienden over de vloer
hebben. Ik bedoel: een vader en moeder elkaar omhelzen
en zoenen, dat is prima. Maar krijgt een kind niet het
verkeerde voorbeeld als hij vader ziet knuffelen met
een man? Wordt hij daar zelf niet onbedoeld homofiel
van? Nee. Je kunt alleen maar 'aangestoken' worden als
je zelf homoseksueel geaard bent. Bovendien, net als
elk ander opgroeiend kind, zal Cas ook in andere gezinnen
zijn ogen de kost geven en ervaren dat allerlei soorten
relaties mogelijk zijn. In de derde plaats krijgt het
kind te maken met een kritische omgeving. Wat moet Cas
met vragen als 'waarom brengt jouw moeder je nooit naar
school' en 'wie is die man die met je vader gearmd loopt'.
Bovendien is de kans groot dat hij als 'homo-kindje'
gepest zal worden en geen vriendjes mee naar huis krijgt
omdat hun ouders de 'Leeuw-milieu' als verderfelijk
zien. Ik bedoel, hoe moet een jong kind zich tegen dergelijk
geestelijk geweld verweren?
Ook deze laatste vraag kan ik ook
optimistisch beantwoorden, namelijk door te constateren
dat telkens weer de werklijkheid laat zien dat kinderen
en volwassenen gelijk enorme mentale veerkracht bezitten.
Sterker nog: hoe groter de uitdagingen van het leven
zijn, des te meer het kind zijn karakter kan ontwikkelen.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|
|