Publicatiedatum:
27-08-2001
VERGEETACHTIGHEID
ALS ZEGEN
Wie
wil leren, moet kunnen vertrouwen op zijn geheugen.
Om die reden worden mensen al van jongs af aan geleerd
om hun geheugen te trainen: veters strikken, rekensommen
maken, brieven schrijven of erwtensoep koken. Ook zonder
dat de mens bewust zijn best doet, kan hij vrienden
herkennen, liedjes meezingen of verhalen vertellen door
gebruik te maken van zijn geheugen. Ik zou deze column,
bijvoorbeeld, helemaal niet kunnen schrijven als ik
geen beroep kon doen op alles wat in mijn herinnering
ligt opgeslagen. Toch wordt er in onze samenleving zó
de nadruk gelegd op een gezond geheugen, dat mensen
de deugd van vergeetachtigheid vergeten. Sterker nog:
iedereen die na zijn veertigste levensjaar de naam van
een bekende acteur, de hoofdstad van Bulgarije of het
kenteken van zijn eigen auto kwijt is, raakt in paniek
omdat de ziekte van Alzheimer op de loer ligt.
Begrijp me goed: ik ken niemand
die de plaats zou willen innemen van mensen die aan
dementie lijden. Maar, ook deze patiënten zonder
dat zij dit aan hun wakkere medemens kunnen mededelen
genieten wellicht van de weldadige rust dat zij niets
meer kunnen (en dus niets meer hoeven) onthouden. Zij
zijn verlost van elke verantwoordelijkheid die het besef
van de wereld met zich meebrengt. Persoonlijk geniet
ik steeds meer van de momenten dat ik het (recente)
verleden kan vergeten. Gisteren, bijvoorbeeld, was ik
mijn autopapieren kwijt. Dat ontdekte ik vlak voordat
ik uit eten ging met de familie ter ere van de verjaardag
van mijn jongste zoon. Tijdens
het eten heb ik er geen moment meer aan gedacht en besefte
pas dat ik vergeten was dat ik mijn autopapieren kwijt
was toen ik deze later op de praktijk onder een stapeltje
papieren weer terugvond. Héérlijk; geen
onrust, geen doelloos zoeken, geen overhaaste telefoontjes
naar de politie, gewoon gedachteloos wachten tot het
probleem zich vanzelf oplost.
Kon ik in vroegere tijden
nog dagen na een ruzie met mijn vrouw zitten tobben
waarom zij kwetsend 'zus' en ik terugkwetsend 'zo' gezegd
had, nu weet ik al na een uur niet meer waar wij zo
opgewonden over geraakt zijn. Het is soms zo erg dat
mijn vrouw vol verbazing en ergernis kan zeggen: 'Je
doet alsof er niets meer aan de hand is', waarop ik
dan geheel en al oprecht kan zeggen: 'Ja, zo voelt het
ook echt.' Ook in mijn psychologische praktijk doet
het me goed om te merken hoe snel ik de details van
de therapeutische gesprekken vergeet. Daardoor neem
ik nooit de ellende van mijn patiënten mee naar
huis en is elk volgend gesprek telkens weer een nieuwe
ontmoeting. Aangezien mijn patiënten weten dat
ik een zeer selectief geheugen heb, doen zij des te
meer moeite om hun verhaal deugdelijk te onderbouwen.
Kortom, wie het onthouden
aan anderen laat heeft zelf een gemakkelijker leven.
Een Engelse spreuk zegt treffend: vergeten en lachen
is verreweg beter dan herinneren en treurig zijn.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|