Publicatiedatum:
13-08-2001
WAT
ER OOK GEBEURT
De
laatste vijftig jaar is het leven in onze westerse maatschappij
schoner, hygiënischer, luxer, comfortabeler, veiliger
en gezonder geworden. Hoe is het dan toch mogelijk dat
we steeds meer geld uitgeven aan verzekeringen tegen
ziekte, diefstal, ongelukken, arbeidsongeschiktheid,
doodgaan en andere soorten onvermijdelijke levenspech?
Mijn assurantieman krijgt jaarlijks meer binnen dan
ik aan belastingen betaal en dat zegt wat.
Mensen zijn niet alleen van
nature bevreesd, ze zijn ook gemakkelijk bang te maken.
Door op ons angstige gemoed te werken, kloppen de verzekeraars
het geld uit onze zakken. Wilde ik vorige week met een
voucher (bewijs van betaling) een huurauto ophalen,
zegt de baliemedewerkster: "Wilt u ook een reisverzekering,
aanvullende ongevallenverzekering, mede-inzittendeverzekering,
luxe-goederenverzekering, levensverzekering en uitkering-ineens-invaliditeits-verzekering?"
Ik kreeg meteen een oncontroleerbare paniekaanval en
vroeg met trillende stem: "Ik waag het erop, maar ik
ben toch wel gedekt als ik tegen een paaltje rij?" Waarop
zij met afkeurende houding antwoordde: "Jawel, maar
u hebt een eigen risico van tweeduizend gulden." Op
dat moment werd ik zo boos dat mijn gehyperventileer
in de kiem werd gesmoord.
Feit is namelijk dat verzekeraars
doen voorkomen alsof zij handelen in het belang van
de consument, terwijl de praktijk uitwijst dat zij vooral
uit zijn op eigen gewin. Hun heimelijke motto is: "Verzeker
uzelf bij ons en wij verzekeren u dat wij ons zo goed
mogelijk tegen u indekken." Simpel voorbeeld. Mijn zoon
leent een fiets van zijn vriend Gijs die later op de
dag wordt gestolen. Gijs stelt mijn zoon aansprakelijk
en hij dient een claim in bij de verzekeraar (WA-privé).
De verzekeraar stuurt een brief met het verzoek om toelichting
van het voorval en overhandiging van de fietssleutel.
Mijn zoon schrijft: "Ik vraag mijn vriend om zijn fiets
te lenen, zet hem tegen een lantaarnpaal op slot en
als ik terugkom is de fiets gestolen."
Twee maanden later komt de
brief met afwijzing: "Wij kunnen niet tot uitkering
overgaan; reden is dat u toestemming had van de eigenaar
om de fiets te gebruiken en hem keurig op slot hebt
gedaan; u treft geen blaam en kan dus ook niet aansprakelijk
worden gesteld." Ik kan u verzekeren dat als mijn zoon
geschreven had: "Jat fiets van mijn vriend, laat fiets
zonder slot tegen een lantaarnpaal staan en bij terugkomst
is fiets gestolen", de verzekeraar de zaak had afgewezen
met de woorden: "Aangezien verzekerde blijk gegeven
heeft van grovere nalatigheid dan in de polisvoorwaarden
is aangemerkt, kan niet tot uitkering worden overgegaan."
Psychologisch gezien hebben
verzekeraars de macht in hun relatie met de klant. Immers,
niemand wil het risico lopen failliet te gaan en daarmee
het comfortabele leven te verliezen dat zo warmpjes
wordt gekoesterd. Daardoor kan de verzekeraar zijn klanten
voortdurend afwijzen zonder bang te hoeven zijn dat
zij opstappen. Het is net als een huwelijk waarin de
man met geld zijn vrouw geestelijk kan mishandelen,
omdat zij bang is voor een leven in de bijstand. Daarom
stel ik een nieuw en eerlijker verzekeringsmotto voor:
"Wat er ook gebeurt, betalen doen we niet."

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|