Publicatiedatum:
06-08-2001
MUGGEN
EN OLIFANTEN
'Je
moet van een mug geen olifant maken', krijgt menigeen
te horen die vanwege een kleinigheid een groot drama
op touw zet. Het impliciete verwijt is dat iemand de
werkelijkheid niet nuchter beziet en om zijn moeder
schreeuwt voordat er ook maar iets gevaarlijks aan de
hand is. Ik kan hier, eerlijk gezegd, niet mee leven.
En dan heb ik het nog niet eens over alles wat met de
mug en olifant wordt geassocieerd. Zeg nou zelf: de
mug is wellicht klein van bouw, maar is allerminst een
onschuldig beestje. En waarom de vergelijking met de
olifant dan gemaakt wordt, is mij al helemaal een raadsel.
Want de olifant hoor je tenminste nog van grote afstand
aankomen; ver genoeg om het heel hard op een lopen te
zetten. De mug, daarentegen, is als een gemene sluipschutter
die vanuit het niets komt opdagen en, als je hem wilt
vangen, ook zo weer in het niets verdwijnt. Ik bedoel,
kon ik maar van een mug een olifant maken, dan was het
hele probleem al opgelost.
En dan heb ik het nog maar
over één mug. Komen ze in groepjes van
tien of meer dan is Leiden helemaal in last. Zo herinner
ik mij de vakantie van een jaar geleden aan het meer
van Balaton (Hongarije) dat in de folder zo prachtig
beschreven stond als rustig, luxe en comfortabel. Hadden
die reisagenten voor het gemak vergeten te vertellen
dat, uitgerekend in ons appartement, hele regimenten
muggen gevechtsklaar stonden om een guerilla-oorlog
te voeren.
Na de eerste nacht was ik
al helemaal kapot gebeten en begon overdag al op te
zien tegen de volgende nacht. Om mijzelf te verdedigen
spoot ik de hele slaapkamer vol met muggengif en rookte
in de voorkamer als een schoorsteen om de verkenners
alvast te verdrijven. Omdat ik voortdurend heen en weer
rende om de deuren en ramen gesloten te houden, werd
ik door mijn vrouw beticht van muggenzifterij. En, krabbend
van de jeuk, kon ik haar alleen maar gelijk geven. Sterker
nog, als het aan mij lag dan had ik die muggen niet
alleen massaal gezift, maar ook nog fijn gestampt en
door de wc gespoeld.
Maar, zover kwam het niet.
Nadat ik mijn hele lichaam ingesmeerd had met anti-muggencrème,
ging ik dodelijk vermoeid onder mijn zelfgemaakte klamboe
liggen. En ik had mijn ogen nog niet dicht of het schrille
gezoem, gelijk de boor van een tandarts, zwelde aan.
Alsof ik aan zelfhaat leed, sloeg ik mijzelf met vlakke
hand vol op het gezicht om meer kans te hebben de ellendeling
te raken. De 'vakantie' werd één slapeloze
strooptocht en de opgerolde kranten vol bloedspetters
waren mijn stille getuigen.
U begrijpt wellicht nu waarom
de uitdrukking over de mug en de olifant als onzinnig
uit ons taalgebruik moet worden geschrapt. Want waar
de één gevoelig voor is, daar heeft de
ander geen weet van.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|