Publicatiedatum:
17-04-2001
Iedereen is hulpverlener
Iedereen
in Nederland is hulpverlener. De veel te kleine groep
van psychiaters, psychologen en maatschappelijk werkers
wordt nu aangevuld met coaches, adviseurs, mentoren,
supervisoren, consultants, trajectbegeleiders, projectondersteuners,
studiedecanen, motivatietrainers, counselors, traumadeskundigen,
letselschaderegelaars, slachtofferhelpers, conflictbemiddelaars,
scheidingsmediators, BDE (Bijna-Dood-Ervaring)-begeleiders,
ontwikkelingsexperts, pastoraal werkers, cliniclowns
en overgangstherapeuten. Jazeker, heel Nederland is
bij elkaar in therapie en dat verklaart waarom we ons
zo gelukkig voelen.
Thera-peuteren is dé
manier om legitiem voyeur te zijn: lekker door het sleutelgat
kijken naar wat een ander aan privé-misère
heeft om daar zelf een geestelijk opkikkertje van te
krijgen. Vroeger was het behelpen: stiekempjes door
andermans ramen gluren omdat de vuile was nooit buiten
hing. Nu kan zonder blikken of blozen de psycho-analyse
beginnen door op de eigen gevel het bordje 'emotietherapeut'
te spijkeren. De meeste mensen doen het, echter, nog
simpeler: zij geven zichzelf de wettelijk onbeschermde
titel 'psycholoog' omdat zij kapper, barkeeper, taxichauffeur,
makelaar, schoonheidsspecialist of masseur zijn; allemaal
ervaringsdeskundigen, voorheen mensenkenners.
Echt, het hulpverlenen is
de Nederlander op het lijf geschreven omdat hij met
zijn geestelijk behoeftige klanten in een positie verkeert
dat hij het beter mag weten. Niets kan het 'ego' van
de spoorconsulent (voorheen treinconducteur) meer strelen
dan een ingewikkeld hulpvraag als 'wat is de kortste
weg zonder vertraging naar Medemblik?'; en de ogen van
de helpdesk-specialist gaan fonkelen als hij een verwarde
internetsurfer hoort vragen 'wat moet ik doen als ik
een foutmelding 'gebruikersnaam onbekend' op mijn scherm
zie?' Hier en daar kom je nog mensen tegen die werk
hebben waarmee ze iets tastbaars voortbrengen zoals
de melkveehouder of de groentekweker. Maar, nog eventjes
en ook deze beroepen zullen alleen nog als curiositeit
in het 'Historisch Vakmuseum' te zien zijn. De ontwikkelingen
gaan hard en een heel nieuw leger aan hulpverleners
is in aantocht. Mogelijkheden zie ik voor de multiculturele
dramatoloog, de levensfasebegeleider, de integratiecoach
en de post-plastisch-chirurgisch-adviseur.
In mijn eigen praktijk valt
het op hoe psychologisch intelligent mijn patiënten
zijn. Zij stellen niet alleen hun eigen diagnose maar
schrijven mij ook voor hoe ik hen moet behandelen. Zo
zei een nieuwe klant van mij gisteren: "Ik heb een post-traumatische-stress-stoornis
en wil graag een therapeutische mix van hypnose, rationeel-emotieve-zelfanalyse
en mindbuilding-technieken. Ik probeerde iets van autoriteit
te herwinnen door overdreven onderdanig te vragen: 'En
kunt u ook zeggen hoe lang de behandeling moet duren?'
Totaal niet van zijn stuk gebracht antwoordde hij: 'Jawel,
onderzoek heeft aangetoond dat als u in de eerste drie
sessies niet effectief bent, verder gaan geen zin heeft."
Nu iedereen hulpverlener is, weet niemand zich meer
als patiënt te gedragen.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|
|