Publicatiedatum:
05-03-2001
Smaakcensuur
Is
het u opgevallen dat het enige Operettegezelschap in
Nederland door de staatssecretaris van Cultuur wordt
opgeheven? Alle orkestleden en zangers dreigen daardoor
werkloos te worden. Daarmee is niet alleen goed getrainde
musici de zin van hun bestaan ontnomen, ook trouwe operettefans
kunnen hun helden straks niet meer regelmatig bewonderen.
Waren bezoekers nu massaal weggebleven, dan was de maatregel
van de overheid misschien te begrijpen. Maar de Hoofdstad
Operette trekt volle zalen, jaarlijks komen zo'n 75.000
bezoekers. Dat niet iedere kunstvorm of culturele stroming
als vanzelfsprekend subsidie krijgt, is te verdedigen.
Maar mijn indruk is dat er in dit geval sprake is van
smaakcensuur.
Net
als het circus, het revue en mensen als André
van Duin, Imca Marina of André Hazes, wordt de
operette door de deftige heren in Den Haag gezien als
plat volksvermaak. Begrijp me goed: ik ben helemaal
geen liefhebber van operette. Persoonlijk geef ik meer
om Beethoven, the Rolling Stones of het Rosenberg-trio.
Het getuigt van enorme arrogantie om frivool zangtoneel
als minder waard te bestempelen dan, bijvoorbeeld, een
voorstelling van Shakespeare of een uitvoering van de
Matthäus-Passion. Het
doet me denken aan de denigrerende manier waarop gesproken
wordt over tijdschriften als Libelle, Viva of Panorama.
Mijn grootste klacht is niet eens dat holle kreten als
'oppervlakkig', 'tuttig' of 'goedkoop' gebaseerd zijn
op het nazeggen van anderen. Het ergste vind ik dat
een trouwe lezers, net als luisteraars van operettemuziek,
als achterlijke mensen worden afgeserveerd. Natuurlijk,
over smaak valt niet te twisten. Maar mensen met andere
smaak het graf in helpen is middeleeuws denken; zoals
burgers werden verketterd en als heksen verbrand omdat
zij niet in God geloofden: wie niet vindt wat IK vind,
heeft geen reden van bestaan.
Gelukkig
ben ik, als psycholoog, getraind om mensen in hun waarde
te laten. In mijn eigen praktijk neem ik deze levenshouding
meestal nog een stapje verder: ik druk mensen in hun
waarde. Zo had ik afgelopen week een jongeman op het
spreekuur met depressieve klachten. Hij heeft het verstand
en de financiële middelen om zich als advocaat
te ontplooien. Hij is ook als rechtenstudent ingeschreven,
maar dat doet hij alleen maar om zijn ouders tegemoet
te komen. In werkelijkheid leeft hij zich uit als bedrijfsleider
van een kroeg en als startende ondernemer van een schoonmaakbedrijf.
Ik zeg: "Aan mensen zoals jij zijn boekenwijsheid, werkcolleges
en tentamens niet besteed." Hij lacht: "Ja, maar het
studentenleven bevalt me wel." "Ja", antwoord ik, "met
nadruk op 'leven' en vergeet het studeren maar." Ik
steun zijn levensgenieten, al was het alleen maar omdat
hij dan op zijn best is. De Chinezen zeggen: "Zout,
zoet, bitter, scherp, alles moet worden geproefd."

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|
|