Publicatiedatum:
12-02-2001
De onzichtbare kerk
De
leegloop van de kerk gaat gestaag voort, goede predikanten
zijn nauwelijks nog te vinden en kinderen kennen het
woord 'God' alleen als vader en moeder elkaar vervloeken
tijdens een uit de hand gelopen ruzie. Bidden is vervangen
door mediteren, zoeken naar zingeving in het leven heet
spiritualiteit en niemand zal zijn vrienden met trots
vertellen dat hij lid is van de KRO. Het heilig geloof
heeft zich verplaatst van kerk naar winkelstraten, van
bijbel-visie naar tele-visie en van goed zijn als mens
naar goed verdienen. Natuurlijk is de ontkerkelijking
maatschappelijk te verklaren. De welvaart maakt dat
mensen geen God meer nodig hebben. En als je toch nog
ontevreden bent, dan ben je daar tegenwoordig zelf verantwoordelijk
voor. Dat de kerk onzichtbaar is geworden mogen de kerkleiders
zichzelf ook aanrekenen. Hun houding doet denken aan
wat een ouderwetse uitgever mij ooit zei, namelijk:
'een goed boek verkoopt zichzelf'.
Het
zal u niets verbazen dat hij inmiddels failliet is.
Wie vandaag de dag publiek wil trekken, moet de markt
op, actief aan promotie doen en inspelen op wat mensen
bezighoudt. En dan bedoel ik niet het huis-aan-huis-zieltjes-winnen
zoals de Jehova's getuigen dat doen. Ik denk meer aan
wervende reclameposters. Niet zo geruchtmakend als de
KRO het onlangs deed, maar met teksten als 'even zat
van het werk, kom naar de kerk' of 'een patatje mét
smaakt lekkerder met een gebed'. Ook kunnen kerken mensen
lokken door de diensten te combineren met concerten,
voordrachten van bekende of inspirerende Nederlanders
en toneelvoorstellingen van en voor kinderen. Predikanten
kunnen maatschappelijk relevante kwesties, zoals het
aanstaande huwelijk van onze kroonprins of de vuurwerkramp
in Enschede belichten vanuit Bijbels perspectief. En
waarom zou het Grote Geld alleen maar goed zijn om de
Sport, het Onderwijs en de Kunsten te sponsoren? Commercie
en Kerken zouden heel goed samen kunnen werken waardoor
het bedrijfsleven aan geloofwaardigheid wint en de houten
banken kunnen worden bekleed met zachte kussentjes.
In
rap tempo nader ik mijn vijftigste levensjaar. Psychologisch
gezien verklaart dat wellicht waarom ik steeds vaker
naar boven kijk. Het heeft te maken met het groeiend
inzicht dat 'hoe meer je weet, des te meer je beseft
dat je niets weet'. Maar als aankomend bejaarde ben
ik niet de enige. Ieder mens heeft een sluimerend religieus
gevoel en stelt zich vragen als 'waar doen we het allemaal
voor?', 'waarom is het leven zo oneerlijk?' of 'is er
leven na de dood?'. Ook in mijn psychologische praktijk
valt het op hoe patiënten zich bezighouden met
kwesties als 'is het mijn opdracht in het leven om mij
dienstbaar op te stellen?', 'waarom word ik telkens
weer op de proef gesteld?', of 'hoe vind ik de kracht
om mijzelf te vergeven?'. Er is een gat in de markt
als het gaat om levensvragen, Godsbeleving en het zoeken
naar innerlijke rust. Intussen houden de kerken vast
aan het principe 'eerst geloven, dan zien'. Voor de
moderne mens geldt: 'eerst zien, dan geloven'.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|
|