Publicatiedatum:
13-11-2000
Nummers
zijn persoonlijker
Naast
het sofi-nummer, bonusnummer, en consumentennummer krijgt
de Nederlander over een aantal jaren het zorg-identificatienummer
(zin); even met de streepjescode door de scanner en
het hele medische dossier van een patiënt wordt
zichtbaar. Als alle bestanden van verschillende nummers
aan elkaar gekoppeld zouden worden, dan kan een ambtenaar
straks zien dat Gerard ten Beste uit Leek een liefhebber
is van Bastogne-koekjes, december van ieder jaar rood
staat, allergisch is voor dekbedovertrekken van kunststof
en opvallend veel claimt van zijn reisverzekering. Psychologisch
gezien is de kritiek op de 'vernummering' van de maatschappij
bijzonder lachwekkend: enerzijds eisen mensen persoonlijk
behandeld te worden, anderzijds is iedereen bang dat
zijn privacy wordt geschonden. Vrij vertaald betekent
dit: "Ik wil wel dat u weet wie ik ben, maar u mag zich
niet ongevraagd met mij bemoeien." Als je bedenkt dat
mensen in de rij staan om in het Big Brother-huis ten
overstaan van heel Nederland gevolgd te worden, dan
valt het wel mee met de angst voor indringers in de
persoonlijke levenssfeer.
Nee,
er is eigenlijk niets nieuws onder de zon. Mensen zijn
opportunistisch en protesteren alleen als blijkt dat
de moderne registratiemiddelen in hun nadeel uitpakken.
Het zal niet lang meer duren of er zal van elke Nederlander
een DNA-profiel gecodeerd zijn in de registratiekamer
van het ministerie van Justitie. Niemand zal bezwaar
aantekenen als blijkt dat met een dergelijk systeem
moordenaars, verkrachters en dieven sneller kunnen worden
opgespoord; behalve de misdadigers zelf natuurlijk.
Persoonlijk kan ik enorm genieten van de voordelen die
de streepjescode in al zijn varianten biedt. Postcode
en huisnummer zijn tegenwoordig voldoende om voor mijn
patiënten een behandelingsvergoeding aan te vragen
bij de verzekeringsmaatschappij. En als ik op internet
naar de boekensite van amazon.com surf, dan bepaalt
een speciaal computerprogramma op basis van mijn eerder
vertoonde 'bestelgedrag' welke nieuwe of andere boeken
bij mij passen.
Stel,
dat uw kind bij een verkeersongeluk betrokken raakt:
daar ligt hij dan met gebroken ledematen, heftig bloedend
en buiten bewustzijn; voor zijn leven wordt gevreesd.
Zou het dan niet fantastisch zijn als de ambulancewerker
alleen met zijn iris-scanner over het oog hoeft te bewegen
om op een scherm te kunnen zien wie het slachtoffertje
is, dat hij bloedgroep o-negatief heeft en pillen slikt
tegen epileptische aanvallen? Eénmaal in het
ziekenhuis aangekomen, is de kans dan veel groter dat
zijn leven wordt gered en kunt u als ouders onmiddellijk
op de hoogte worden gebracht. Goed beschouwd draagt
de informatietechnologie er dus toe bij dat we elkaar
beter van dienst kunnen zijn. Door het hebben van een
nummer worden we geen nummer. Nummers maken het contact
juist persoonlijker; prettig voor iedereen die niets
te verbergen heeft.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|