Publicatiedatum:
06-11-2000
De
media president
In
de presidentsverkiezing van Amerika zal het er tussen
Bush en Gore net zo om spannen als in 1960 tussen Kennedy
en Nixon. Kennedy won omdat hij op televisie charmanter
en charismatischer overkwam dan Nixon. Bovendien had
Nixon hetzelfde probleem als Lubbers, namelijk dat hij
altijd ongeschoren leek. Dat soort details zal morgen
ook weer bepalend zijn voor de uitslag. In dit media-tijdperk
gaat het niet meer om de inhoud maar om de presentatie.
De machtigste man van de wereld wordt niet gekozen om
wat hij kan en weet, maar om hoe hij overkomt. Ook al
denkt de toekomstige leider van de vrije wereld dat
Kopenhagen de hoofdstad van Nederland is, het enige
wat hij moet verkopen, is een goed gevoel.
Om
die reden geef ik George Bush de meeste kans. Zijn kennis
van buitenlandse zaken is bedroevend slecht en zijn
ervaring in de politieke arena is ook niet indrukwekkend.
Maar zijn houding is kalm, beheerst en statig. Hij maakt,
op zijn Wiegels, goed oogcontact met de camera en heeft
een taalgebruik dat iedere gemiddelde Amerikaan begrijpt.
Gore daarentegen is houterig, langdradig en saai in
zijn optreden. Experts hebben hem er vorig jaar al op
attent gemaakt dat hij een media-probleem heeft. Daarvoor
is hij 'in behandeling' gegaan. De therapeuten hebben
geprobeerd hem van zijn neiging tot overdrijven, zijn
klunzigheid en zijn droge onderwijstoontje te genezen.
Geen reclame voor mijn beroep, maar de patiënt
is erop achteruit gegaan. Tijdens zijn laatste belangrijke
optreden werd hij door het publiek uitgelachen omdat
hij een innige zoen met zijn vrouw net iets te geforceerd
aan de man probeerde te brengen. Tijdens toespraken
houdt hij beide handen beheerst in zijn broekzakken,
maar met enige opwinding verschijnt dan toch weer zijn
belerend vingertje. De Amerikaan ervaart dat soort gedrag
als arrogantie. Hoe dan ook, noch Bush noch Gore kan
het spektakel van Clinton evenaren. Als geen andere
president in de geschiedenis heeft hij weten in te spelen
op het sentiment van het volk. Zelfs toen hij ten onder
dreigde te gaan aan zijn overspelig en leugenachtig
gedrag, heeft hij door een emotionele en openbare boetedoening
de sympathie van het volk kunnen opwekken. En daar moet
je een groot acteur voor zijn. Dat was immers ook het
succes van Ronald Reagan: geen man met veel inhoud,
maar met een flair dat de harten van iedere rechtgeaarde
Amerikaan kon stelen en een wijze van imponeren die
de Russen angst inboezemde.
Critici
maken zich zorgen over het feit dat mensen, ongeacht
hun beroep, tegenwoordig geen inhoudelijke kwaliteiten
meer hoeven te hebben om toch te scoren. En ik deel
die zorg. Immers, de chirurg die vertrouwen wekt en
vriendelijk is in de omgang, wordt luider toegejuicht
dan de botterik die zijn vak verstaat. Maar voor een
mislukte operatie van Bush (of Gore) hoeven we niet
te vrezen. In Amerika geldt: hoe dommer de president,
des te groter is zijn leger aan slimme adviseurs.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|
|