Publicatiedatum:
23-10-2000
Ongeschikt
Al
jaren word ik in mijn psychologische praktijk geconfronteerd
met patiënten die als arbeidsongeschikt te boek
staan. Niet alleen zij maar ook ik, als behandelde therapeut,
worstel met dat begrip. Immers, zelfs een invalide timmerman
kan als zanger aan de slag gaan. Maar, arbeidsongeschikt
kun je tegenwoordig al worden als je door het overlijden
van je partner tijdelijk geestelijk ontregeld raakt.
In ons land wordt het zelfs aangemoedigd om de wao in
te duiken als een werknemer door collega's wordt gepest
of ontslag dreigt omdat de baas hem gewoon niet mag.
Maar, strikt genomen bestaat arbeidsongeschiktheid helemaal
niet; want, zelfs een volledig verlamd persoon zou als
model kunnen gaan werken bij de kunstacademie. Duizenden
zieke maar arbeidsgeschikte mensen trekken daarom een
uitkering terwijl verzekeringsmaatschappijen en arbeidsdeskundigen
proberen aan te tonen dat zij dit ten onrechte doen.
En de patiënten worden van al dat gehakketak natuurlijk,
in hun eigen beleving, alleen nog maar zieker (lees:
arbeidsongeschikter). Het wordt daarom tijd om de term
'arbeidsongeschiktheid' ongeschikt te verklaren.
Het
zou een goed idee zijn als de keuringsarts alleen maar
hoeft te doen waarvoor hij is ingehuurd, namelijk constateren
of iemand ziek is en bepalen of de patiënt door
die ziekte zijn beroep of werk niet meer kan uitoefenen.
Wat daarna gebeurt, zou de verantwoordelijkheid van
de patiënt zelf moeten zijn. Een fictief voorbeeld:
Cora is fysiotherapeute en krijgt op veertigjarige leeftijd
acute reuma. De verzekeringsarts kan zich vinden in
de diagnose en de verzekeringsmaatschappij keert Cora
150 gulden per dag uit omdat zij haar kleine praktijk
niet meer kan voortzetten. Cora zelf besluit om zich
om te laten scholen als psychologe en werkt nu als personeelsconsulente
bij een groot Telecom-bedrijf. Cora heeft, overigens,
extra premie betaald om haar uitkering te kunnen laten
doorlopen totdat ze ander werk had gevonden.
Psychologisch
gezien is het een slechte zaak om iemand als ongeschikt
en dus incompetent te verklaren. Deze benaderingswijze
bevordert de slachtoffercultuur. En zoals een slachtoffer
betaamt, zal hij geen verantwoordelijkheid willen dragen
voor zijn lot, de schuld op iemand anders schuiven en
compensatie zoeken voor zijn lijden. Tegen wil en dank
wordt hij een paria van de samenleving en laadt de verdenking
op zich dat hij als profiteur door het leven gaat. Vooral
patiënten met kwalen als het chronisch vermoeidheidssyndroom,
bekkeninstabiliteit, whiplash en burn-out krijgen het
zwaar te verduren. Door de medische stand zijn ze dan
wel als ziek aangemerkt, maar worden door de geldschieters
niet als 'patiënt' (lees: arbeidsongeschikt) erkend.
Na de zoveelste ruzie met zijn vriendin, vroeg een patiënt
van mij zich verongelijkt af of hij wel geschikt was
voor een duurzame relatie. Ik zei: 'Je bedoelt of je
huwelijks-ongeschikt bent?' 'Ja', antwoordde hij lachend,
waarop ik zei: 'Dat zou ik niet durven beweren, want
zelfs de meest contactgestoorde mensen vinden uiteindelijk
een levenspartner; bovendien als ik je voor het leven
zou afkeuren, dan zou je je nog zieliger gaan gedragen
dan je nu al doet.'

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|
|