Publicatiedatum:
02-10-2000
Andermans
werk
Nu
Nederland zo hoog is geëindigd in het olympisch
medailleklassement vraagt iedereen zich af hoe 'wij'
als kleine natie het zo ver hebben kunnen schoppen.
Het gaat mij te ver om het NOC, de overheid, de sportbonden
of het Nederlandse volk de eer te gunnen van het medaillegeweld.
Achter elke gouden, zilveren en bronzen plak zit een
puur individuele prestatie en die komt voor honderd
procent op naam van de winnaar. Het is natuurlijk wel
leuk om mee te liften op het succes van Pieter van den
Hoogenband of Inge de Bruijn. Plaatsvervangende trots
is altijd goed voor het zelfvertrouwen. Aan de andere
kant is het wel erg gemakzuchtig je op de borst te kloppen
voor al het gezwoeg en geploeter van iemand anders.
Paginagroot verschijnen de advertenties in de krant
met de felicitaties voor de olympische sporters om als
bedrijf geassocieerd te worden met briljante prestaties;
een goedkope manier om leuk te lijken zonder dat je
het bent.
Beter
worden van andermans werk is natuurlijk wel een manier
om vooruit te komen in de wereld als je zelf weinig
talent hebt. Laatst, tijdens een workshop voor adviseurs,
legde John mij het probleem voor hoe hij als interim-manager
wel zijn opdrachten kan uitvoeren, maar geen nieuwe
klanten weet binnen te halen. Bij nadere analyse bleek
dat hij ook op recepties en verjaardagen niet op vreemde
mensen durft af te stappen. We waren het samen al snel
eens dat zijn onvermogen om te 'werven' zo groot is
dat het voortbestaan van zijn bedrijf op het spel staat.
Om die reden moedigde ik hem aan om iemand in dienst
te nemen die voor hem de hete kolen uit het vuur kan
halen. John wist meteen de naam te noemen van 'Yolanda'
die, naar zijn zeggen, een prettige telefoonstem heeft
en een bijzonder innemende persoonlijkheid bezit. Toen
ik hem vroeg waarom hij niet eerder de stap had gezet
om haar in dienst te nemen, zei hij: 'Omdat ik het slap
vind van mezelf dat ik het zelf niet kan, als directeur
van mijn eigen bedrijf en volwassen man moet het toch
te leren zijn een eerste contact van de grond te tillen'.
Na afloop van het gesprek stelde één van
de andere deelnemers John de vraag of hij ooit moeite
had gedaan om te leren 'versieren'. Het antwoord was
een simpel 'nee'.
John
zal, net als vele anderen, nooit een olympisch kampioen
worden. Om de doodeenvoudige reden dat hij het er kennelijk
niet voor over heeft om zijn grenzen te verleggen. Voor
mij is Kees Brandsma wel een medaillewinnaar. Ook hij
had mensenvrees, maar hij heeft twee jaar lang iedere
dag in het park achter zijn flat met willekeurige vreemdelingen
een praatje aangeknoopt en zich zo ontwikkeld tot iemand
met veel contacten. De Chinees Tang Hsien Tzu zei ooit:
'Wie alles luchtig opneemt, kan geen succes hebben;
maar wie geen succes heeft, moet het maar luchtig opnemen'.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|