Publicatiedatum:
26-06-2000
Het
miskende genie
Patrick
Kluivert is een handige goalgetter, Jaap Stam is de
taaiste verdediger in Europa en geen enkel land heeft
zo'n vastbijtertje als Edgar Davids. Bovendien heeft
Nederland sterren als Abe Lenstra, Willem van Hanegem
en Marco van Basten voortgebracht, dus is het niet meer
dan logisch dat wij Europees kampioen hadden moeten
worden. Sterker nog, het volk eist terecht dat het nationale
elftal de beker mee naar huis neemt, want wij hebben
het echte voetbal uitgevonden. Dat we tijdens de WK
in 1974 van de Duitsers verloren kwam door een scheidsrechterlijke
dwaling. En dat we in 1978 van de Argentijnen weer aan
het kortste eind trokken was het directe gevolg van
politiek getinte en achterbakse intimidatie. En dat
we de EK-titel van 1988 niet meer kunnen prolongeren,
komt omdat Johan Cruyff weigert bondscoach te worden.
Kortom, er is altijd wel iets of iemand die verhindert
dat wij onze superieure voetbalkwaliteiten aan de wereld
kunnen laten zien. Maar dat wij de beste zijn, staat
voor mij als een paal boven water.
In
feite leiden wij, als voetbalnatie, het leven van het
miskende genie. Het is te vergelijken met de frustrerende
ervaringen van Hans Opkerken. Hij was op het gymnasium
de meeste creatieve en eigenzinnige leerling van de
school, maar omdat de leraren jaloers waren op zijn
uitzonderlijk intellectueel talent scoorde hij op zijn
proefwerken nooit hoger dan een zesje. Zijn studie als
rechtenstudent besloot hij met een scriptie getiteld
'Nederland als Republiek: wetsvoorstellen voor een nieuwe
samenleving.' Dit keer werd zijn moeite beloond met
een hoog cijfer van de hoogleraar maar omdat juist in
die tijd (1953) de watersnoodramp in Zeeland plaatsvond,
besteedde niemand verder veel aandacht aan zijn verrichtingen.
Als advocaat ging hij werken op een klein kantoor en
in de avonduren werkte hij aan het plan om een nieuwe
politieke partij op te richten: de liberale republikeinen.
Net toen hij besloot om met zijn partij-programma naar
buiten te treden, werd hij 's avonds tijdens een wandeling
aangereden door een dronken automobilist. Een lange
periode van revalidatie hield hem uit de politieke arena
maar hij vocht zich terug als een leeuw.
In
1983 werd zijn boek 'De koning is dood' gepubliceerd.
Door een journalist werd hij van plagiaat beschuldigd.
Hoewel later bleek dat de aantijgingen ongegrond waren,
was zijn reputatie zo geschaad dat hij gedwongen werd
om naar Spanje uit te wijken. Daar kweekt hij nu druiven
en verkoopt wijn op de plaatselijke markt.
Hans
Opkerken troost zich met de gedachte dat hij heel wat
meer in zijn mars heeft, dan hij heeft kunnen laten
zien. Hij als enige beseft dat onder zijn bezielende
leiding Nederland een vooraanstaande natie was geweest.
Net als onze voetbalploeg moet hij genoegen nemen met
een bestaan in de schaduw. De bal is rond en het leven
is hard. Wie in reïncarnatie gelooft weet dat Opkerken
in een volgend leven zal terugkeren om zich te revancheren.
En ooit zal Oranje de eer binnenslepen die het werkelijk
verdient.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|