Publicatiedatum:
01-05-2000
Achter
de broek
Heeft
u dat nou ook? Dat u iedereen achter de broek moet zitten
om iets gedaan te krijgen? In één week
tijd heb ik de klusjesman er vijf keer aan herinnerd
dat hij de garage van nieuwe dakbedekking zou voorzien.
Bij hem is 'ja, vandaag nog' hetzelfde als wanneer een
ober zegt 'ik kom zo bij u', oftewel: je kan wachten
tot je een ons weegt. En denk maar niet dat het bij
een erkende vakman sneller gaat. Ook in officiële
kringen moet je doortastend doch nederig smeken om geholpen
te worden. En dan te bedenken dat we in een dienstverlenende
maatschappij leven. Ieder zichzelf respecterende onderneming
of instelling biedt tegenwoordig 'service' van de hoogste
kwaliteit, maar als het er op aan komt geeft niemand
thuis. Neem de RIAGG's. Op papier kan iedere burger
in geestelijke nood daar terecht voor therapie, maar
in de praktijk moet je een half jaar in de rij staan
voordat je aan de beurt bent voor een kennismakingsgesprek.
Dan nog eens maanden wachten voordat je hoort of je
wel geschikt bent om behandeld te worden; en de familie
maar hopen dat je in de tussentijd niet van de flat
gesprongen bent. Nee, die jongens van de hulpverlening
gaan heus niet harder lopen omdat jij in paniek geraakt
bent.
Over
jongens gesproken. Het is geen toeval dat we van 'achter
de broek zitten' spreken en niet van 'achter de jurk
zitten'. We zeggen ook niet 'aan haar mantelpakje plukken',
maar wel 'aan zijn jasje trekken'. Vrouwen zijn zelden
te betrappen op slechte afspraken. De man mag graag
de schijn wekken dat hij heel wat van plan is. (Stelt
u zich hierbij een chimpansee voor die met beide vuisten
op zijn borst trommelt.) En als hij voor de zoveelste
keer zijn grootspraak niet kan waarmaken, zegt hij (tegen
vrouwen): "Als je me niet zo aan de kop zou zeuren dan
was het allang gebeurd." De waarheid is dat mannen,
zonder het eeuwig gezeur van vrouwen, niet eens zouden
weten hoe zij de veters van hun schoenen moeten strikken.
Mijn twee zoons zit ik al niet meer achter de broek.
De tijd die er in gaat zitten om de schatjes van hun
stoel los te weken kan ik net zo goed gebruiken om zelf
de tafel af te ruimen. Hoef ik mij ook niet in te spannen
om hen te corrigeren: "Alsjeblieft; spoel de ketchup
nu eerst van de borden af voordat je ze op elkaar stapelt."
Rest nog één, psychologisch interessante,
vraag: hoe is het mogelijk dat iedereen zich door iedereen
in de steek gelaten voelt terwijl tegelijkertijd iedereen
van zichzelf vindt dat hij zich voor anderen uit de
naad werkt? Simpel, het middelpunt van het universum
is gelegen in de eigen persoon.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|
|