Publicatiedatum:
20-03-2000
Het
Peper-syndroom
Waarom
rouwt niemand om het vertrek van Bram Peper? Het antwoord
is even simpel als raadselachtig. Peper wordt door weinigen
aardig gevonden. Sommigen beweren dat het aftreden van
Peper het gevolg is van typisch Nederlandse kleingeestigheid:
net zo lang (financiële) spijkers op laag water
zoeken, totdat je iemand pootje kan lichten. Anderen
zeggen dat Peper gewoon een dief is die op heterdaad
is betrapt. De waarheid is anders. Bram Peper is een
bekwaam bestuurder, een hoog begaafd en bevlogen politicus,
maar een man met een ernstig gebrek aan emotionele intelligentie.
Ook
mijn oom Leo leed aan het Peper-syndroom. Als beste
van zijn klas ging hij wis- en natuurkunde studeren.
Hij richtte op jonge leeftijd een wetenschappelijke
uitgeverij op. Hij was zo succesvol dat hij zijn bedrijf
met grote winst kon verkopen en aanbleef als vice-president
van de nieuwe firma. Maar al vrij snel voelde hij zich
'genoodzaakt' te vertrekken. De directie beschuldigde
hem ervan dat hij dure encyclopedieën weggaf aan
familieleden en in privé-tijd gebruik maakte
van de bedrijfschauffeur. Beide aantijgingen stoelde
op waarheid, maar in werkelijkheid hadden ze eindelijk
een stok gevonden om de hond te slaan. Oom Leo was een
man die door hard werken zich bijzonder verdienstelijk
had gemaakt. Maar tegen anderen was hij neerbuigend
en betweterig. Dat mensen hem nodig hadden was voor
Leo een vanzelfsprekendheid. Hij had de kennis, de originele
ideeën en 'nuttige' contacten. Leo zelf had niemand
nodig. En mensen die zich inschikkelijk en afhankelijk
opstelden, beschouwde hij in feite als minderwaardig.
In zijn opvatting was een man pas een echte man als
hij anderen kon regeren. Door zijn minachting kweekte
hij stille vijanden die hem onderuit haalden toen ze
de kans kregen.
Het
komt vaak voor dat mensen zoals Leo en Bram in hun vroegste
jeugd effectief zijn verwaarloosd. Emotioneel koele
ouders kweken een kind dat van binnen kwetsbaar blijft
en zich naar buiten onkwetsbaar toont. Die onkwetsbaarheid
wordt door anderen ervaren als arrogantie. En dat is
het ook. Maar in wezen is de arrogantie slechts een
houding om de (verdrongen) behoefte aan genegenheid
niet te voelen. Iemand die zo in elkaar steekt, laat
zich niet afwijzen. Die houdt de eer aan zichzelf en
vecht zich als een leeuw een weg terug. Dat gevecht
is pure noodzaak: door de vijand te wreken kan het gevoel
van eigenwaarde staande worden gehouden. De tragiek
blijft, want de strijd levert niet de (ouderlijke) erkenning
op waar hij ten diepste naar verlangt. Erger nog, het
emotionele isolement wordt alleen maar versterkt.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|