Publicatiedatum:
21-02-2000
Mea
culpa
Sorry
zeggen is tegenwoordig populair. Wellicht heeft de Paus
iets opgestoken van de Nederlandse politici, want binnenkort
gaat hij een allesomvattende 'mea culpa' (mijn schuld)
uitspreken. Al eeuwen spreken de christenen over joden
als Jezus-moordenaars en zijn in naam van de katholieke
kerk andersgelovigen vervolgd door onder andere de inquisitie.
Ook het verzet tegen de nazi's stelde weinig voor. Voor
deze wanprestaties gaat de Vaticaanse leider straks
op zijn knieën vergiffenis vragen.
De
grote vraag is: wie heeft daar wat aan? Bij sommigen
werkt het sorry-zeggen op de lachspieren. Laatst nog
zag ik op tv de openbare boetedoening van een Japanse
bankdirecteur. En ik moet zeggen dat de tranen die hij
plengde een komisch effect hadden. Bij vele anderen
wekt het sorry-zeggen wrevel: 'wat koop ik ervoor als
een dronken automobilist zijn excuses komt aanbieden;
daar heb ik mijn doodgereden broer toch niet mee terug?'
Het
ruiterlijk erkennen van je fouten lijkt de perfecte
manier om een straf (kwijtraken van je functie bijv.)
te ontlopen. Het heeft dezelfde schijnheilige smaak
als de katholieke biecht: op zondag tegen de pastoor
zeggen dat je zondig bent, omdat je met de vrouw van
je beste vriend vreemdgaat en er vervolgens gewoon mee
doorgaan.
Psychologisch
gezien is er een belangrijk verschil tussen 'spijtbetuiging'
en 'bekentenis van schuld'. Het zeggen van 'het spijt
me' is een uiting van berouw en het ontwaken van het
besef te kort geschoten te zijn. Maar wie toegeeft te
kort geschoten te zijn, hoeft niet te bedoelen dat hij
schuld bekent. Vandaar dat de kreet 'het spijt me dat
het zo gelopen is' bij de 'slachtoffers' zo weinig goedmaakt.
Er wordt immers geen enkele verantwoordelijkheid opgeëist.
Na
pas een jaar ontdekt Frieda (die zich altijd de mindere
heeft gevoeld) dat haar man Frits 35.000 gulden van
hun gezamenlijke rekening heeft vergokt op de beurs.
Eerst komt hij met "sorry, dat ik je er niet in gekend
heb, maar ik wilde je met een leuke winst verrassen."
Maar als ook nog blijkt dat hij geld van de spaarrekeningen
van de kinderen heeft gebruikt om krasloten te kopen,
trekt Frits het boetekleed aan: "Ik hoop dat je me ooit
kunt vergeven dat ik je zo belazerd hebt." Deze gebeurtenis
brengt een totale ommekeer in hun verhouding. Frits
is zijn dominantie kwijt en Frieda is nu degene die
de scepter zwaait. Het direct bekennen van schuld is
daarom zo moeilijk omdat het automatisch inhoudt dat
je aan kracht inboet. Door de knieën gaan is het
inleveren van macht en daar houden mensen niet van.
Vandaar dat het 'mea culpa' van de Paus als mosterd
na de maaltijd zal smaken. Hij hoeft er niets voor in
te leveren.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|