Publicatiedatum:
10-01-2000
Kruistocht
tegen doping
De
kruistocht tegen doping in de sport is nog maar pas
begonnen. In de atletiek en het wielrennen zijn al aardige
successen behaald, maar het zou mij niets verbazen als
in het geheim ook basketballers groeihormonen en tafeltennissers
polsverslappende middelen krijgen toegediend. Er wordt
gefluisterd dat binnenkort de grote schaakmeesters ook
op verboden middelen zullen worden getest. Vanwaar die
onbegrijpelijke aarzeling? Stel je voor dat Gary Kasparov
bij een beslissende zet geholpen zou zijn door een cafeïne-tablet?
Zo maakt onze landgenoot Jan Timman geen schijn van
kans!
Ik
zou de lobby voor dopingcontrole willen adviseren eens
een kijkje te nemen in de keuken van de darters. Ik
heb zo'n vermoeden dat figuren als Raymond van Barneveld
ook niet zonder kunnen. Het is toch onmogelijk om uren
naar één punt te staren zonder wazig te
worden in je hoofd? De hedendaagse profvoetballers vertrouw
ik ook voor geen cent. Bij mijn eigen clubje FC Groningen
lopen twee wereldverdedigers, Kurt Elshot en Melchior
Schoenmaker, zich tweemaal drie kwartier de longen uit
het lijf. Dat kunnen ze toch niet alleen op een bord
spaghetti? En niemand maakt mij wijs dat je van een
grote skischans kunt springen zonder kalmerende middelen.
Als mental coach van een skiploeg zou ik natuurlijk
eerst proberen om de angsten op natuurlijke wijze te
bestrijden. Maar als dat niet helpt, dan mag een kanshebber
voor goud van mij bij de ploegarts een tabletje valium
halen. Al was het alleen maar om erin te geloven dat
hij zich wat rustiger in de diepte kan storten.
Voor
professionele sporters gaat winnen boven alles. En als
winnen niet kan? Dan in ieder geval in de race blijven.
Afhaken is een persoonlijke vernedering. Als een pijnstiller
de sporter net over het dode punt heen kan helpen, waarom
zou hij dan moeilijk doen als het vervolg van de race
op eigen kracht kan worden volbracht.
Als
de lobby voor dopingcontrole zijn zin krijgt, dan moet
deze worden toegepast op alle beroepsgroepen waar mensen
grensverleggend bezig zijn. Een beetje bevlogen chirurg
zal, na een werkdag van 12 uur, tijdens een ingrijpende
operatie ook niet het bijltje erbij neer willen gooien.
Wakker blijven, desnoods met een oppeppend middel. En
de journalist die nog anderhalf uur te gaan heeft voor
het verstrijken van de deadline? Die kijkt toch ook
niet naar het nicotinegehalte in zijn bloed? Of de ijverige
psycholoog die vlak voor het weekeinde een telefoontje
krijgt van een moeder die bang is dat haar zoon zelfmoord
wil plegen? Een extra leven redden is dan belangrijker
dan de schade die hij lijdt door de lichaamseigen adrenaline
op te pompen.
Er
is nog veel werk aan de winkel voor de vlijtige en zuiver
levende moraalridders van onze moderne tijd. Al die
andere ambitieuze mensen zijn te dom om te weten wat
goed voor hen is. En domme mensen moeten tegen zichzelf
in bescherming worden genomen.

©
1996-2002 Dagblad De Telegraaf en Jeffrey Wijnberg
Alle rechten voorbehouden
|