
Zoetermeerse stadstuin:
parkje zonder naam
In de jaren zestig ontstond groot-Zoetermeer als ontsnappingskans
voor Hagenaars die niet langer tegen Den Haag kunnen. Van snelrijzend
bouwbeton werden in deze gemeentelijke snelkookpan kille woonpalen en
trieste kantoormuren gecreëerd waarin eigenlijk niet te leven viel.
Steeds meer Hagenaars konden dus gaandeweg ook niet meer tegen Zoetermeer.
Anderen kwamen sowieso niet in dit treurige verbanningsoord.
Tegenwoordig is Zoetermeer een alleszins leefbare, volwassen stad vol
parken en pleinen. Het verstand kwam ook hier met de jaren. Veel van de
oorspronkelijke woonkazernes werden weer afgebroken om plaats te maken
voor sfeerrijke gestapelde bouw, bungalow- en villawijken. De sombere
slaapstad werd een energieke woon- en werkmetropool met prima voorzieningen,
ook op het gebied van zorg, sport en cultuur. Nu komen er ook heel wat
Hagenaars winkelen in Zoetermeer.
Stadstuin
Zoetermeer
Elke dag open.
Onder meer bereikbaar vanuit Den Haag met de Sprinter van de NS-lus door
Zoetermeer.
Halte: Stadhuis. Inlichtingen:
079-346 9804.
EIGEN FOTO
"Het lijkt hier wel New York!", zegt Ad ten Ham als ik met deze ontwerper
zijn binnenstadtuin bezoek, midden in het nieuwe centrum. Een heerlijke
oase vol vogels en vlinders. Onverwacht stiltegebied, zoals je dat inderdaad
ook wel kunt vinden tussen de wolkenkrabbers in New York.
Doordat er op verschillende niveaus in deze tuinkuil met een diepte van
bijna zes meter doorkijkjes zijn gemaakt, lijkt de stadsoase veel groter
dan de 2,5 hectaren die hij in werkelijkheid is. Optisch bedrog, opper
ik. "Door deze aanleg wekken we illusies", schiet Ad terug. "Da's hetzelfde,
maar 't klinkt leuker."
Toen de Zoetermeerse stadstuin halverwege de jaren tachtig werd aangelegd
en ingericht, werden er meteen bomen van flink postuur geplant. Rotspartijen
van Belgisch blauwsteen, waar struiken tussen staan die vlinders aantrekken.
Er zijn keurige paden, er is zelfs een afrit naar de waterpartij voor
rolstoelers. Je kunt er rustig zitten, maar je kunt ook klimmen over de
rotsblokken, bijvoorbeeld naar het waterplein beneden waar doorheen een
wandelpad van hardhout is aangelegd. In feite is deze vijver een opvangbak
voor hemelwater, zo hoor ik van stadsbioloog Johan Vos. De klaterende
en daardoor rustgevende fontijnen, die wel zes meter hoog kunnen spuiten,
hebben ook een reinigend effect, doordat zij zuurstof in het reservoir
brengen.
De waterplaza is aangelegd in zeer rechte hoeken, waardoor het van boven
gezien iets weg heeft van een Mondriaan-schilderij.
In het struweel rondom staan niet-alledaagse bomen. Grote acacia's, een
amberboom, een drietal trompetbomen, ik zie moerascypressen en ook een
vleugelnoot. Langs de waterkant groeit hoog bamboe. Nu de herfst zich
aandient heeft het groothoefblad z'n mooiste tijd wel gehad.
In de vijver bloeien de gele bloemen van de watergentiaan. Watermunt
volop. Hier en daar wat plukjes heen in de plas.
Een deel van de stadsoase, bij Zoetermeerders ook wel bekend als het
stiltegebied, is nog niet ingericht. Ik zie er, vlak bij een klein rosarium
met wat hangjongeren, een berkenbosje, een volstrekt eenzame rode beuk
en een enkele treurwilg. Veel wilde planten. In de trappen is verlichting
aangebracht.
Vanaf een nieuwe winkelpromenade langs de stadstuin kijk je zó
in de kruinen van de bomen. Aan de overzijde van het stiltegebied domineert
het hoofdkwartier van de CRI, de Centrale Recherche Informatiedienst.
Hier liggen alle gegevens opgeslagen van wat er mis is in Nederland. Alle
maffiosi, criminelen, dwingelandjes en andere misbaksels zitten hier met
hun vingerafdrukken en allicht ook al hun dna in de computers. Lieve hemel,
wat een groot gebouw.
Publicatiedatum = 16 september 2000

|