ZANDVOORT - Als de Finaleraces op het Circuit Park Zandvoort inderdaad het einde van het Vodafone Dutch Touring Car Championship betekenen, dan is het 'Dutch' gisteren op waardige wijze ten grave gedragen. Niet alleen werd de begaafde BMW-coureur Duncan Huisman uiteindelijk verdiend Nederlands kampioen maar niet nadat er een spannende, vlijmscherpe strijd aan vooraf was gegaan waaraan deze raceklasse in de afgelopen zeven jaar haar benaming 'koningsklasse' heeft te danken.

|
Duncan Huisman juicht nadat hij Nederlands toerwagenkampioen is geworden. (Foto: WFA CHRIS SCHOTANUS)
|
Dat scenario had de 30-jarige coureur onbewust zelf geschreven doordat hij op de vroege zondagmorgen een aanrijding in de eerste dagrace had veroorzaakt. De opgelegde tijdstraf kwam hem zo duur te staan dat de favoriet geen cent meer voor zijn titelkansen gaf. "Het wordt niets meer", treurde hij toen de tweede en beslissende dagrace nog moest beginnen. Aan het einde van dag kon hij evenwel alleen maar dolblij concluderen: "Het liep gelukkig anders."
Voor de derde keer in zijn carrière werd de 30-jarige broer van DTM-coureur Patrick Huisman als kampioen van het 'Dutch' gehuldigd. Dat hadden de meesten van de 9600 toeschouwers ook wel voorspeld, ware het niet dat zijn botsing met Renault Clio-coureur Tim Coronel het feest dreigde te verstoren. Huisman werd door de 30-secondenstraf naar de tiende plaats teruggezet, wat ook zijn startpositie zou zijn voor de tweede race. Concurrent en race 1-winnaar Jeroen Bleekemolen had intussen niet alleen zijn achterstand op Huisman tot twee (!) punten zien terugbrengen maar zich met zijn Clio ook een beter uitgangspositie voor de slotrace verschaft.
Uit pure frustratie had Huisman niet meer geheel de controle over zijn middelvinger en met tranen in de ogen zocht hij zijn heil bij zijn altijd koelbloedige teambaas Carly Pellinkhof. Die wist hem te kalmeren en vooral te overtuigen dat de titel nog altijd binnen bereik bleef zolang hij maar zo hard mogelijk zou racen. En dat deed de kampioen, die vorige week op Donington nog zijn kunde bewees met een tweede plaats in de EK-race en volgende maand zijn titel in de GP van Macau gaat verdedigen. Noblesse oblige dus. Maar ook dank zij teamgenoot Donald Molenaar en merkgenoot Jan Joris Verheul die veel beter hun afstoptaak verrichtten dan de hulptroepen van Jeroen Bleekemolen.
Of het DTCC volgend jaar met andere reglementen een doorstart maakt is nog onzeker, zoals het ook nog lang niet vast staat dat de V8 STAR-klasse in 2003 zijn opwachting maakt. De adembenemende finale van gisteren was in elk geval een aansporing voor andere importeurs om het DTCC te helpen reanimeren. Sandor van Es zal dat een zorg zijn. De DTCC 2001-kampioen maakte zijn faam in de Pearle Alfa 147 Challenge helemaal waar. Aangetrokken door het Cable1-team om de titel te veroveren, voldeed hij perfect aan die opdracht en werd na een tactisch gereden race met steun van teamgenoot Berend Gesman dan ook verdiend kampioen.
Het Dayzers-team kon met de tweede en derde plaats in de eindklassering voor resp. Allard Kalff en Sebastiaan Bleekemolen eveneens op een geslaagd seizoen terugkijken. "Daar zou ik vooraf voor hebben getekend", klonk Kalff tevreden. De meest uitgelaten coureur bleef natuurlijk Van Es na zijn tweede titel in successie. "We hebben vooral het eerste half jaar veel getest en dat heeft zich in vier overwinningen vertaald. Het team heeft uitstekend werk verricht en de auto is het hele jaar perfect en betrouwbaar geweest", sprak hij lovend over het eerste seizoen van de Alfa 147 Challenge.
Het klapstuk van de Finaleraces had echter in de Toyota Yaris Cup plaats. In een door vele incidenten ontsierde race kreeg tenslotte Patrick Borst de titel in de schoot geworpen doordat concurrent Lennard Kleyn van Willigen in aanvaring kwam met Marco Scholten.