AMSTERDAM - Duizend effectenspecialisten zijn deze maand uit de registers verwijderd van het Dutch Securities Institute (DSI), het op initiatief van de beurs opgerichte instituut dat haar registratie als een 'kwaliteitskeurmerk' afficheert. Een van hen is Sem van Berkel, eigenaar van een van de bekendste optiebedrijven aan het Damrak. Hij weigert pertinent om het verplichte examen (de 'integriteitsmodule') te behalen en de 'workshop Ethiek' te volgen. "Jongens die twintig, dertig jaar meelopen worden gewoon bij de vuilnisbak gezet."

|
SEM VAN BERKEL ...men is bang voor de toezichthouder ... <\N\N
|
DSI werd 1999 opgericht, om het (toen nog) steeds meer beleggende publiek te beschermen tegen ondeskundige, niet-integere effectenhandelaren, beleggingsadviseurs, vermogensbeheerders en beleggingsanalisten. 'Deregistratie' ("Een harde maatregel", zo heette het destijds) moest gaan werken als waarschuwingssignaal.
"Natuurlijk, het goed beantwoorden van examenvragen geeft een zekere kennis weer", reageert Sem van Berkel. "Maar dat is niet bepalend voor de kwaliteit van het vermogensbeheer. Het is ons als veteranen in het verkeerde keelgat geschoten dat je gedwongen wordt om examen af te leggen. Mijn jongste bediende wordt voor hetzelfde examen opgetrommeld. Dat vind ik teleurstellend. Waarom wordt onze expertise genegeerd?"
De optieveteraan, sinds de oprichting van de Optiebeurs (1978) in de branche actief, denkt dat maar weinig beleggers daadwerkelijk het DSI-register zullen raadplegen om te zien wat voor vlees ze in de kuip hebben. "Ik heb altijd gezegd: zet alle handelaren, a tot en met z, op het internet. Met een cv erbij. Dan kan iedereen zien wie Sem van Berkel is en wat hij gedaan heeft." Een vrijstelling voor ervaren handelaren was niet meer dan normaal geweest, meent de eigenaar van Sem van Berkel Securities. "Maar ik ben van meet af aan tegen het idee geweest dat je met een examentje kan bepalen wie een goede vermogensbeheerder is."
DSI heeft in mei van dit jaar een freelance-journaliste een tweetal gesprekken met de coryfee laten optekenen voor intern gebruik. "In alle bedrijfstakken is men trots op z'n keurmerk", stelde Van Berkel toen. "Bij de slager, de bakker hangen de keurmerken trots in de winkel. Maar niet bij ons: bij ons is men bang voor de toezichthouder. En daar wens ik niet aan mee te werken." Ook vreest hij dat beleggers te gemakkelijk klachten bij DSI zullen indienen. "Als de klacht wordt afgewezen, dan vind ik dat de klager moet opdraaien voor de proceskosten. Want anders krijg je een sfeer waarbij mensen gewoon proberen hoever ze komen met een klacht. Zoals met Legio Lease: de klachten zijn voornamelijk gebaseerd op het feit dat de koersen de afgelopen twee jaar zijn gedaald. Maar dat is het risico van beleggen! (...) DSI is geen klachtenloket waar iedereen zomaar z'n veelal onterechte klachten mag deponeren. Er moeten een drempel worden ingesteld! DSI is een belangenbehartiger voor de bedrijfstak en geen ombudsman voor de handel."
Ook in de preventieve werking gelooft hij niet: "Ik ben in mijn carrière best wel eens mensen tegengekomen die niet veel goeds in de zin hadden. Dat waren zonder uitzondering mensen die hoog waren opgeleid, slim, net pak aan, niks vreemds aan te zien. Die types gaan heus dat examen wel doen, die zorgen wel dat ze geregistreerd staan."
DSI gaf eerder deze maand al aan "met name onder effectenhandelaren het animo voor het volgen van aanvullende studies niet groot is", al werden ook de beursmalaise en de daaruit voortvloeide reorganisaties bij financiële instellingen aangevoerd als verklaring voor de 1000 'gederegistreerden'. Volgens Van Berkel maken "zo ongeveer alle eindbeslissers" in de effectenwereld deel uit van dit dissidente gezelschap. "Er heerst grote onvrede, al brengen ze het niet naar buiten. Het zijn allemaal erg individuele personen. Je beslist immers altijd alleen. De communicatie tussen de handelspartijen is altijd al slecht geweest, de samenwerking nihil. Ook in deze zaak."
Kees Oosterholt, directeur van DSI, vindt het "jammer" dat Van Berkel principieel weigert examen te doen. "We hebben al in 1999 de beslissing genomen om íedereen die test te laten afleggen. Ik zou ook niet weten welke uitzonderingscriteria je zou moeten aanleggen. Overigens heb ik ook een zestigjarige professional gesproken die zich druk aan het voorbereiden was op het examen. Die zag het als een soort bijspijkercursus. Er gebeurt tenslotte heel veel op het gebied van regelgeving."
Oosterholt heeft wel meer klachten gehoord, zij het niet zo fel als die van Van Berkel. "Er speelt een soort generatieconflict mee. Het gaat om mensen die hebben meegeholpen om Amsterdam als financieel centrum op te bouwen. Nu komt er alsmaar nieuwe regelgeving op ze af, zowel vanuit de beurswaakhond AFM als vanuit Brussel. Daar hebben ze het moeilijk mee: deden wij het soms niet goed genoeg? Maar zo is het absoluut niet bedoeld."
Van Berkel uit zijn misnoegen in het gesprek met DSI als volgt: "Waarom is het zo, dat als je tien jaar in de Tweede Kamer hebt gezeten, je automatisch een lintje krijgt, terwijl als je al 25 jaar actief bent in deze bedrijfstak, je een oproep krijgt om examen te komen doen?"