AMSTERDAM - De vakbeweging is bereid loon in te leveren in sectoren waar de bedrijfstakpensioenfondsen flink onder druk staan. Hierover hebben de vakcentrale FNV, de bonden FNV Bouw en CNV Bedrijvenbond zich gisteren uitgesproken.
"FNV Bouw heeft te kennen gegeven dat ze volgend jaar de cao-onderhandelingen ingaan, ook in sectoren waar pensioenfondsen krap bij kas zitten", zegt cao-coördinator Henk van der Kolk van de FNV. "Dan zul je moeten accepteren dat in die bedrijfstakken de pensioenpremies omhoog moeten."
De FNV-bond wil daartoe, als de premies van een pensioenfonds omhoog moeten om de dekkingsgraad (het vermogen, uitgedrukt in een percentage ten opzichte van de toekomstige verplichtingen) veilig te stellen, de looneis naar beneden bijstellen, om zo de werkgever tegemoet te komen.
De pensioenpremie verhogen is een manier om de dekkingsgraad te verhogen. Een andere is: indexatie (de pensioenuitkering aanpassen aan de inflatie) achterweg laten. "Dit laatste is geen optie", zegt Dick van Haaster, cao-coördinator van FNV Bouw. "Werknemers, werkgevers en gepensioneerden moeten gezamenlijk tot een oplossing komen. Het kan niet zo zijn dat je bijvoorbeeld geen indexatie doorvoert terwijl werknemers wel meer loon krijgen, of andersom." Van der Kolk spreekt van een "verstandig besluit" van de bond. "Maar of er minder loon geëist moet worden ter verbetering van pensioenen moet per sector worden afgewogen, omdat de problemen ook per sector verschillen. De vakcentrale gaat daar geen algemene uitspraak over doen." Hij merkt daarbij op dat factoren als het economisch klimaat en de beurskoersen van invloed zullen zijn op de looneis en de cao-onderhandelingen in de bedrijfstakken.
Pensioenpremies worden in de meeste gevallen betaald door werknemer en werkgever. Zo betaalt de werknemer in de bouw eenderde van de pensioenpremie terwijl de werkgever tweederde voor zijn rekening neemt. In andere sectoren nemen de werkgever en werknemer een gelijk deel van de premie op zich. Ook zijn er werkgevers die alle premiekosten dragen.
FNV Bouw heeft 15 bedrijfstakpensioenfondsen waarvan er volgens Van Haaster naar schatting zo'n twee of drie in de gevarenzone zitten. Bedrijfstakpensioenfondsen komen in de gevarenzone als hun dekkingsgraad beneden de 110% komt. "Deze fondsen zitten waarschijnlijk op een dekkingsgraad van rond de 100. De Pensioen- en Verzekeringskamer praat dan over een gevarenzone, maar wij zien dat anders", zegt Van Haaster. "Leden komen naar ons toe met de vraag of hun pensioen in gevaar is, maar daar is geen sprake van. De dekkingsgraad van pensioenfondsen moeten op de lange termijn bezien worden. Ook als de situatie niet zo rooskleurig is, moet er niet meteen paniek uitbreken. Iedereen gaat er vanuit dat aandelen op de lange termijn nog steeds meer opleveren dan obligaties. Nu zakken de beurskoersen, maar op de lange termijn zal zich dat heus wel herstellen." Desondanks moeten volgens FNV Bouw de pensioenen nadrukkelijk in het arbeidsvoorwaardenbeleid moet worden betrokken.
CNV Bedrijvenbond zal ook in de bedrijfstakken waar de pensioenfondsen in crisis verkeren, een deel van het structurele loon willen inleveren. De bond vindt daarbij dat de extra lasten door hogere pensioenpremies moeten worden verdeeld zoals in het verleden. "Als een florerende beurs in het verleden heeft geleid tot premieverlaging voor werknemers, dan moeten zij nu ook de lasten dragen. Als de goede beursresultaten terecht kwamen bij werkgevers dan komt de premieverhoging voor hun rekening", aldus Jaap Jongejan, cao-coördinator van CNV Bedrijvenbond.
De PVK maakte in juli al bekend dat van bijna 200 van de 1000 pensioenfondsen door het slechte beursklimaat in de gevarenzone bevonden. Enkele tientallen zaten onder de 100%. Binnenkort moeten de pensioenfondsen aan veel strengere eisen voldoen, zo bleek uit een brandbrief van de toezichthouder op pensioenfondsen aan de koepelorganisaties van pensioenfondsen. In die brief dringt de PVK aan op het vergroten van de reserves van de fondsen. Van Haaster vindt dat de toezichthouder ook naar het plaatje op de lange termijn moet kijken. Binnenkort besluiten besturen van pensioenfondsen (met daarin werkgevers en vakbonden) of ze wel of niet de premies zullen verhogen.