AMSTERDAM - MKB-Nederland bestaat 100 jaar. Van een organisatie die lange tijd werd gekenmerkt door interne strubbelingen, heeft de vaandeldrager van de 'banenmotor van de Nederlandse economie' zich inmiddels ontwikkeld tot een invloedrijk lobby-apparaat. "Wim Kok was altijd zeer van ons gecharmeerd omdat er bij onze achterban geen opties worden verstrekt."
De Nederlandse middenstand zat, aan het einde van de negentiende eeuw, gevangen tussen de arbeiders en de grote industriële concerns. De industriële revolutie was in volle gang en de ambachtslieden hadden het gevoel dat ze werden vermalen. Het grootkapitaal beschouwde de middenstanders als onbetekenende scharrelaars. En de arbeiders, die het gedachtegoed van Karl Marx hoog in het vaandel hadden, bestempelden ze juist weer als kapitalisten.
Zonder organisatie blijft er niets van ons over, was de heersende gedachte onder de middenstanders. En dus zag, onder de bezielende leiding van hoedenfabrikant J. Meuwsen in 1902 'De Nederlandsche Bond van Vereenigingen van den Handeldrijvende Middenstand' het levenslicht. De Nederlandse middenstand stond op de kaart.
Ruim tien jaar hield de beweging stand. Toen viel de organisatie uiteen in een liberaal, socialistisch, protestants-christelijk en katholiek deel. Wat volgde was een soort 80-jarige oorlog waarin de katholieke koffiedames zelfs weigerden om op de andere etages koffie te brengen. Pas in 1995 begraven de partijen definitief de strijdbijl en was MKB-Nederland geboren. De Boer ziet geen reden tot een samensmelting met VNO-NCW, waarin de grote werkgevers zijn verenigd. "Behalve als de leden dat zouden willen natuurlijk. Maar wat mij betreft zijn we nu wel uitgefuseerd. "
Om bestuurstechnische redenen raakte de nieuwe club in verval. De huidige voorzitter Hans de Boer (47) trof een organisatie aan die werd geteisterd door een teruglopend ledental, een slecht imago en een financiële janboel.
Hij bleek, met zijn politieke connecties, boude uitspraken als "de gevangenismuurtjes van Zalm" (over de in zijn ogen overdreven strenge begrotingsdiscipline van de VVD'er) en goede humeur, geknipt voor de functie. Volgens direct betrokkenen heeft De Boer MKB-Nederland, dat in het midden- en kleinbedrijf (mkb) inmiddels 170.000 leden telt, binnen een aantal jaren weer op de rails gekregen. Zelf blijft hij bescheiden: "Ik ben niet op mijn achterhoofd gevallen. Ik kan een verhaal houden waarvan mijn leden zeggen 'hij rijdt weliswaar in een te grote auto (BMW 5-serie, red.), maar hij heeft wel gelijk'."
Het zijn, de weken voor en na de Miljoenennota, hectische tijden voor De Boer. De kwakkelende economie doet ook de mkb-banenmotor haperen. Om een ontslaggolf bij zijn achterban te voorkomen houdt hij bij diverse gelegenheden vurige pleidooien voor lastenverlichting. De lobby-machine draait op volle toeren. Daarnaast is het volgens de voorzitter "een kwestie van loonmatiging en veel bidden".
Hij heeft daarbij wel enig vertrouwen in de politiek die zich volgens hem bewust is van de importantie van het mkb. "Van de wieg tot het graf en alles waar de burger daartussenin mee te maken krijgt, is hier lid", aldus een trotse De Boer. "Ik kan me goed herinneren dat oud-premier Wim Kok daarvan onder de indruk was. Daarbij was hij ook altijd gecharmeerd van onze organisatie omdat onze leden geen opties verstrekken."
Ook van de zittende coalitie verwacht hij steun. Het mkb neemt immers het grootste deel (38%) van de Nederlandse werkgelegenheid voor zijn rekening en wordt daarom niet voor niets de banenmotor van de Nederlandse economie genoemd. In 2000 betaalden de 500.000 ondernemers in het mkb €11 miljard belasting over hun winst, meer dan de helft van de totaal opgehaalde winstbelasting. Uit onderzoek is gebleken dat deze ondernemers de coalitie die er nu is, hebben gewild. De partijen zullen daarom uiteindelijk wel naar hun kiezers luisteren, is de redenatie van de voorzitter.
Volgend jaar juni stopt De Boer ermee. Samen met de andere bestuursleden is hij naarstig op zoek naar een opvolger. "Een voorzitter van MKB-Nederland moet een soort kunstenaar zijn", weet de voorman. "Je moet je in kunnen leven in de ondernemers, niet snel in paniek raken, eerlijk en flexibel zijn en vooral ook duidelijk richting de politiek."
Van de laatste eigenschap wil De Boer wel een voorbeeld geven. "Ik zat onlangs met de ministers Remkes (Binnenlandse Zaken) en Donner (Justitie) aan tafel om te praten over criminaliteit. In Rotterdam bijvoorbeeld zijn honderden veelplegers bezig een winkelcentrum leeg te jatten. 'Pak ze op en zet ze in een locatie met prikkeldraad eromheen' heb ik toen tegen de heren gezegd. Hou op met kletsen en doe wat. Dan kan ik een deal maken met mijn achterban en ze ervan overtuigen dat ze camera's op moeten gaan hangen."
Naast de recht-voor-zijn-raapbenadering beschouwt De Boer ook humor als een belangrijk wapen in zijn lobby-arsenaal. "Ik weet nog goed dat een aantal jaren geleden het kabinet een logo op bedrijfskleding wilde invoeren. Mijn leden vonden dat een slecht idee, met name vanwege de kosten en de uitstraling. Ik heb toen de voorzitter van de uitvaartbranche, een grote statige man, meegenomen naar de staatssecretaris die over het wetsvoorstel ging. Die heeft hem toen uitgelegd dat het toch geen stijl was om begrafenisondernemers zo'n groot logo op te spelden. Hij besloot zijn betoog toen met de legendarische woorden: 'meneer de staatssecretaris, uiteindelijk krijgen we u er toch wel onder'. Sjonge, wat hebben we toen gelachen." Het logo is er nooit gekomen.