ZAANDAM - Wie is de machtigste? De producent/leverancier van het artikel of de afnemer/detaillist? Tussen Unilever en Albert Heijn is een keiharde strijd ontbrand die heeft geleid tot de boycot door de grootgrutter van een aantal Unilever-producten. Daaronder artikelen van de merken Omo, Croma, Knorr, Unox en Cif.
Albert Heijn wil wat zij noemt 'betere leveringsvoorwaarden'. Wat daaronder precies wordt verstaan wil een woordvoerder niet zeggen, maar aangenomen kan worden dat belangrijkste element daarbij de korting op de inkoopsprijs is. Die korting wordt door veel fabrikanten vaak alleen gegeven als de afnemer een gagarandeerde hoeveelheid van een artikel afneemt of een volledig assortiment van een bepaald merkartikel in zijn winkelschap zet. Gevolg van dat laatste is wel dat de detaillist met een aantal minder goed lopende producten kan komen te zitten. Producten, die wel de kostbare en beperkte schapruimte opeisen.
Albert Heijn heeft nu een aantal van die minder goedlopende producten op de zwarte lijst gezet. Zij worden voorlopig, dat wil zeggen zolang men het niet eens is geworden over nieuwe leveringsvoorwaarden, niet meer aangevuld. Mochten de artikelen opraken dan zullen de klanten in de supermarkten worden doorverwezen naar de huismerken van Albert Heijn. Angst dat de boycot tot verlies van klanten zal leiden omdat hun favoriete artikel niet meer in de schappen ligt, heeft de woordvoerder van Albert Heijn niet.
In totaal treft de boycot 'enige tientallen' artikelen van Unilever. "Geen indrukwekkend aantal als je bedenkt dat we honderden artikelen van Unilever afnemen", zei hij. "En dan gaat het nog maar om bepaalde varianten of - verpakkingen van een merk, bijvoorbeeld mayonaise van het merk Bertolli. Dat merk is vooral bekend om de olijfolie."
Unilever is vanzelfsprekend niet blij met de harde opstelling van Albert Heijn. "We hopen dat alles snel weer normaal wordt", verklaarde een zegsman. Dat de boycot iets te maken heeft met de toenemende concurrentie van prijsvechters als de Duitse Aldi en Lidl, ontkent Albert Heijn. Dat Unilever en Albert Heijn in hun onderhandelingen weinig toegeeflijk zijn geweest, wat uiteindelijk tot de boycot leidde, is niet zo verwonderlijk. De marges in de levensmiddelendetailhandel zijn doorgaans erg klein. Vaak is het letterlijk een centenkwestie. Albert Heijn is er dus veel aan gelegen om het onderste uit de kan te halen.
Aan de andere kant willen de producenten/leveranciers zoveel mogelijk van hun artikelen in het winkelschap terug zien. Mede daarom worden zelfs van één artikel vaak verschillende verpakkingen aangeboden. Ook worden zoveel mogelijk verschillende variëteiten geleverd.
Een goed voorbeeld daarvan zijn de luiers: wil een winkelier alle verschillende variëteiten van één merk aan zijn klant kunnen aanbieden dan is hij wel vele meters schapruimte kwijt. Plaats voor een concurrerend luiermerk is er dan niet of nauwelijks meer. Daarom maakt hij liever een keuze en zet in de overgebleven schapruimte andere goedlopende artikelen. Voor de leverancier die buiten de boot valt en slechts een deel van zijn assortiment ziet aangeboden, is dat echter een doorn in het oog. Hij zal proberen om via zijn leveringsvoorwaarden de winkelier alsnog te dwingen een completer assortiment aan te bieden.
Dat het onderhandelingsspel zo hard gespeeld wordt dat zelfs artikelen geboycot worden door de winkelier, is voor Nederland vrij ongebruikelijk, zegt Sander van Oort, analist bij Effectenbank Stroeve. Nog niet zo lang geleden waren het juist de fabrikanten die bepaalden of een artikel in een bepaalde winkel/supermarkt verkrijgbaar was. Verkocht een winkelier bijvoorbeeld koffie of cd's onder de toegestane prijs dan werd hij van verdere leveranties uitgesloten. Volgens Joop Holla, directeur van het onderzoeksbureau GfK Nederland, bleek de verharding van de strijd tussen leverancier/detaillist een paar weken geleden al bij de introductie van een nieuwe frisdrank van Coca Cola, Lemon Light. "In advertenties werd aangekondigd waar de drank te koop was. In dat lijstje namen ontbrak echter Albert Heijn. Dat had volgens mij alles te maken met het niet kunnen afronden van contracten."