door Paul Jansen JAKARTA - De argeloze passant rijdt het hoofdkwartier zo voorbij. Een klein, obscuur gebouwtje in een smalle zijstraat in Centraal Jakarta, met groenwitte vlaggetjes geknoopt aan een bamboestok naast de deur. Bij de ingang, naast een wasserette, hangen enkele jongeren rond, in even groen met wit gekleurde slobbershirts: de clubkleuren van het Front Pempela Islam (FPI) - het Front van Verdedigers van de Islam -, zoals een van Indonesie's meest militante moslimorganisaties heet.
Het FPI jaagt de blanke gemeenschap in Jakarta regelmatig de stuipen op het lijf. Na de aanval van de VS in Afghanistan belegerden aanhangers van de beweging de Amerikaanse ambassade terwijl hun leiders dreigden alle 'yankees' het land uit te drijven.
Ook zijn groepjes actief geweest op het internationale vliegveld Soekarno-Hatta, waar naar eigen zeggen "naar joden werd gezocht". En bij een tweede Golfoorlog zegt de organisatie de Amerikanen in Indonesië "wel te zullen vinden".
Vooralsnog is het bij woorden gebleven, maar de buitenwacht neemt het FPI niet minder serieus. En dat is maar goed ook, vindt Moslih, de tweede man van de hoofdstedelijke organisatie, die ook de Europeanen tot voorzichtigheid maant. "Als de EU Amerika blijft steunen, moeten jullie ook Indonesië uit."
De 30-jarige leraar Moslih verhaalt, te midden van vergeelde foto's van martelaren in Kashmir en het zuiden van de Filippijnen, over de duivelse strijd van Amerika tegen de islam, wat de 'war on terror' volgens hem in werkelijkheid is.
Afghanistan, Irak, de Palestijnse gebieden: waarom zijn het altijd leiders in moslimlanden die het veld moeten ruimen, terwijl een oorlogsmisdadiger als Sjaron in Israël gewoon mag blijven zitten?
Het is die redenering die Moslih - 'Osama is mijn grote voorbeeld' - tot extreme standpunten brengt, net als de circa 50.000 andere leden die het FPI zegt te hebben. Datzelfde geldt voor islamitische organisaties als Laskar Jihad en de direct aan Al-Qaeda gelieerde Jemaah Islamiyah. Jonge bewegingen die het beeld scheppen van een radicalisering van de Indonesische maatschappij.
Maar de vraag is hoe grootschalig de opkomst van het extremisme in het grootste moslimland ter wereld werkelijk is. Sommige Europese diplomaten hebben de neiging de invloed van de radicalen te bagatelliseren. Zij wijzen erop dat het geen nieuw fenomeen is, maar dat extremisten die onder de Nieuwe Orde van Soeharto moesten zwijgen, nu in de openbaarheid komen.
Amidan, de voorzitter van de Majelis Ulama Indonesia, de koepelorganisatie van 60 islamitische bewegingen in Indonesië, denkt er net zo over. "De militante moslims zijn na 1998 te voorschijn gekomen maar ze waren er al", zegt hij in een gesprek in zijn kantoor in de Istiqlal moskee.
Professor Din Syamsuddin, de vice-president van Muhammadiyah (de op een na grootste massabeweging van het land) ziet wel degelijk een nieuwe trend. "De steun voor radicalisme groeit hier door de wijze waarop de VS het terrorisme aanpakken. Ze generaliseren, vallen meteen een land binnen en wijzen de islam als boosdoener aan."
De VS zetten Aziatische landen bovendien onder druk om mee te doen. Zo ook Indonesië, en dat is veel trotse Indonesiërs tegen het zere been. De Amerikaanse oorlog tegen terreur kan daarmee zaaien wat het juist probeert uit te roeien, waarschuwt de professor: Een opbloei van het moslimextremisme.