CDA-econoom eijffinger hekelt nieuw begrotingsbeleid 'Met dit korset haalt geen enkel kabinet eindstreep'
Sylvester Eijffinger. (Foto: persburo van eijndhoven)
DEN HAAG - Voor de rijksbegroting was 2000 het onbetwiste jubeljaar: voor het eerst sinds 1950 was er sprake van een overschot op de begroting. Het einde aan de zeven vette jaren betekende echter ook de terugkeer van financiële kopzorgen voor de overheid. Alleen met een pakket aan ombuigingen is het kabinet Balkenende in staat om het begrotingstekort volgend jaar op 0,5% te houden. Zonder extra ingrepen was er een tekort van 0,7% uit de bus gerold. Maar met het strakke financiële korset maakt 'Den Haag' de economische malaise alleen maar erger, waarschuwt Sylvester Eijffinger, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg (UvT) én prominent CDA-econoom.
Voor 2004 wordt een tekort van 0,2% verwacht; zonder extra beleid was dat 0,4% geweest. Pas in 2005 zal er weer sprake van zijn een bescheiden overschot van 0,1%, oplopend tot 0,6% in 2006.
De extra ombuigingen komen bovenop het al eerder gesloten Strategisch Akkoord van de regeringspartijen. Was dat er ook niet geweest, dan was er in 2003 en 2004 sprake van tekorten van respectievelijk 1,2% en 0,8%.
Veel ingrepen, zoals de hervorming van de wao, moeten eerst in wetgeving worden omgezet en zullen pas na 2005 effect hebben. Door de huidige begrotingstekorten neemt de staatsschuld de komende jaren weer toe van €185,2 miljard in 2001 tot €190,1 miljard in 2002 en €193,6 miljard in 2003. Pas in 2006 zal een daling optreden, als gevolg van het overschot het jaar daarvoor. In diezelfde jaren zal er echter van voldoende economische groei sprake zijn om de EMU-schuld als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) te laten dalen van 52,3 vorig jaar naar 51,5 dit jaar en 49,8 in 2003. In 2006 komt de 40%-grens in zicht.
Kaders
Minister Hoogervorst (Financiën) sprak bij de presentatie van zijn begroting van "zeer strakke kaders". "We gaan een stapje verder dan Gerrit Zalm (zijn voorganger, red.), maar voor de economie staan alle signalen dan ook op rood."
Belangrijk verschil is het taboe op begrotingstekorten, al kunnen die de komende jaren niet worden voorkomen. Tegenvallende (belasting-)inkomsten die daartoe leiden worden in principe gecompenseerd met ombuigingen, zodat de tekorten binnen de perken blijven. Extra tegenvallers zullen in het huidige klimaat hoogstwaarschijnlijk dus ook leiden tot extra bezuinigingsrondes. Bij de 'Zalmnorm', de financiële leidraad voor de paarse kabinetten, moest - net als nu - voor uit de hand lopende uitgaven binnen de begroting ruimte worden gezocht. Maar tegenvallende inkomsten (een fenomeen dat zich tijdens de gouden jaren negentig overigens zelden voordeed) leidden 'gewoon' tot een oplopend begrotingstekort.
Het ingezette beleid moet ervoor zorgen dat een belangrijke doelstelling, het aflossen van de staatsschuld in één generatie (25 jaar), binnen enkele jaren weer in zicht komt. Daarvoor is een structureel overschot van 1% nodig. Zonder staatsschuld geen rentelasten (in de kabinetsperiode schommelen die jaarlijks rond de €10 miljard), zo luidt de redenering, zodat de overheid straks de handen vrij heeft om de kosten van de vergrijzing te kunnen dragen.
Het stabiliteitspact van de eurozone schrijft voor dat het EMU-tekort de 3% niet overschrijdt. Pas boven dat niveau worden er boetes uitgedeeld. Afgezien daarvan wordt er wel uitgegaan van begrotingsevenwicht ('close to balance') op de middellange termijn, zonder dat daar sancties aan verbonden zijn.
In dat licht gedraagt het nieuwe kabinet zich roomser dan de paus, meent Eijffinger. "De bedoeling van het pact is juist dat je in tijden van economische malaise het tekort laat oplopen tot een acceptabel niveau, zeg maar tussen de 0,5 en 1%. Wanneer de overheid meer uitgeeft dan zij ontvangt wordt de kwakkelende economie juist gestimuleerd; economen noemen dat niet voor niets automatische stabilisatoren. Als je het in een oplevende economie maar weer compenseert met overschotten, en als je staatsschuld maar niet te hoog is. Nou heeft Nederland de laatste jaren de staatsschuld als percentage van het bbp enorm zien dalen, en vorig jaar hadden we samen met Finland en Luxemburg als enige begrotingsevenwicht of een klein overschot."
Overdreven
De vergrijzingsangst (het nieuwe kabinet wil hierover ook een nieuw pensioenconvenant sluiten met de sociale partners, om de betaalbaarheid veilig te stellen) is bovendien overdreven, meent de Tilburgse econoom. "Nederland is nota bene een van de weinige landen waar vrijwel iedereen door middel van het kapitaaldekkingsstelsel gedwongen geld voor het pensioen opzij legt. Tegelijkertijd is het huidige financiële korset zó strikt, dat geen enkel kabinet het tot een goed einde zou brengen. De kans dat de groei lager zal uitvallen dan nu wordt ingeschat acht ik reëel. Dan heb ik het nog niet eens over een inval in Irak, maar over bijvoorbeeld vermogenseffecten van lagere aandelenkoersen en huizenprijzen. In sombere economische tijden wordt de terugval van de groei vrijwel altijd onderschat. Dan moet er dus weer extra gesneden worden. Maar waar? Dat geeft een enorme onrust in het kabinet."
Procyclisch
Eijffinger hekelt niet alleen het procyclische effect (bezuinigen versterkt de economische teruggang) van de strakke kaders, maar ziet ook de "reorganisatie van de publieke sector" in het gedrang komen. "De sociale zekerheid wordt op de schop genomen, de zorg en het onderwijs moeten zich gaan richten op de vraag vanuit de samenleving. Maar daar is helemaal geen budgettaire ruimte voor. Wat minister Bomhoff (Volksgezondheid) doet met de wachtlijsten is moedig, maar hij loopt vanzelf tegen de financiële grenzen op. Er is geen enkele smeerolie over. Dit lijkt op een terugkeer naar Lubbers I, toen ook monomaan op het tekort werd gestuurd. Met dat verschil dat het toen wél nodig was."
De Miljoenennota ademt vooral de geest van de VVD'er Zalm, meent CDA-adviseur Eijffinger. "Dit staat haaks op het verkiezingsprogramma van het CDA."
Het ombuigingspakket van het nieuwe kabinet bedraagt 1,1% van het bbp dit jaar, en 0,8% over de gehele kabinetsperiode. Dat is meer dan paars I bezuinigde, terwijl paars II juist meer uitgaf. Toch blijven de ingrepen beperkt vergeleken met Lubbers I en II. Eerstgenoemde snoeide al in het eerste jaar ter waarde van 4,1% van het bbp. "Dat waren nog eens saneringskabinetten", aldus Hoogervorst.