AMSTERDAM - De moeilijkste klant van financiële instellingen is de wantrouwende advieszoeker. Dit type is ervan overtuigd dat een adviseur uitsluitend objectief kan handelen als deze ook producten van concurrenten aanbiedt. Deze veeleisende belegger spendeert doorgaans €139.000, heeft hooggespannen verwachtingen, maar is ook snel geraakt als de fraaie dromen geen werkelijkheid worden.
Deze categorie, die 17% van de markt beslaat, heeft gemiddeld drie bankrelaties. Dat schrijft het bureau NFO Trendbox op basis van het onderzoek European Affluent Monitor naar verschillende soorten beleggers in zes Europese landen.
De meeste risico's neemt de zogenoemde autonome expert. Zijn vermogen is de laatste jaren flink afgenomen, maar bedraagt gemiddeld nog €164.000. Hij zet graag in op beleggingen met een bepaald gevaar waar doorgaans ook hoge rendementen tegenover staan.
Veruit het grootste deel van de markt wordt bepaald door klanten die weinig interesse in financiële zaken tonen. Deze beleggers delegeren doorgaans. Het onderzoeksbureau onderscheidt de risicomijdende leek, die het kapitaal van €130.000 overlaat aan de levenspartner of een onafhankelijk adviseur.
Daarnaast signaleert Trendbox beleggers die loyaal zijn aan hun bank. Zij spelen meer op zeker en kiezen doorgaans voor standaardproducten. Dit type belegt €162.000.
Samen zijn deze twee categorieën goed voor ruim 40% van de markt.
De Europese 'do-it-yourself' beleggers, goed voor 15% van de markt, zijn nauwelijks te spreken over hun banken. Tweederde van deze klasse, die per persoon €172.000 ter beschikking heeft, meent zonder het advies te kunnen. Bijna driekwart van hen is elke dag betrokken bij het beheer van de portefeuille.
De rijkste beleggers bouwen daarentegen wel op de expertise van de bank. In deze categorie, eveneens goed voor 15% van de markt, belegt de klant gemiddeld €177.000.